Skip to main content

Reisplanning op het station

Voorzetsels B1
Ik moet
op de
voor mijn trein.

Tengo que esperar en la estación para mi tren.

De trein naar Amsterdam
om tien uur.

El tren a Ámsterdam sale a las diez de la noche.

Als de trein
, moet ik naar de
.

Si el tren se retrasa, tengo que ir al cartel de información.

Ik heb mijn
al bij de balie
.

Ya he comprado mi billete en la taquilla.

Kunnen jullie me vertellen wanneer de volgende
komt?

¿Podrían decirme cuándo llega el próximo tren?