Pasar al contenido principal

Een pas voor de bibliotheek

Luisteren A1 Een man wil zich inschrijven bij de bibliotheek.
Medewerker: Goedemorgen. Kan ik u helpen?
Klant: Ja, hallo. Ik wil een pas voor de bibliotheek.
Medewerker: Dat kan. Heeft u een ID-kaart bij u?
Klant: Ja, hier is mijn ID-kaart.
Medewerker: Dank u. De pas kost tien euro.
Klant: Prima. Kan ik hier pinnen?
Medewerker: Ja, dat kan daar bij het apparaat.
1. Wat wil de man?
2. Wat moet de man laten zien?
3. Hoeveel kost de pas?
4. Hoe gaat de man betalen?
5. Waar is de man nu?