Pasar al contenido principal

Tegenwoordige tijd: In de supermarkt en winkelstraat

Tegenwoordige tijd B1
Wij
verse groenten in de supermarkt.

Buscamos verduras frescas en el supermercado.

Jij
die mooie jas in de etalage zien!

¡Tienes que ver ese abrigo bonito en el escaparate!

Zij
vaak samen winkelen op zaterdag.

Ellos vienen a comprar juntos a menudo los sábados.