Samenwonen in een woongroep
Lee junto con nosotros (guion)
Noor: Stel je voor: je deelt je tuin, je gereedschap én de zorg voor de kinderen met dertig buren van alle leeftijden. Is dat een droombeeld van ultieme saamhorigheid, of een recept voor constante ruzies?
Noor: Vandaag praat ik met Nico van achtenvijftig, die al vijftien jaar in een generatieoverstijgende woongroep in Nijmegen woont. Welkom, Nico.
Nico: Dank je wel, Noor. Leuk om hier te zijn.
Noor: Nico, toen je vijftien jaar geleden besloot om je vertrouwde eengezinswoning te verkopen en in een woongroep te trekken... verklaarden mensen je toen niet voor gek?
Nico: Nou, [laughs] sommigen wel ja! Vrienden reageerden verbaasd en zeiden: "Nico, je bent bijna vijftig, wil je weer terug naar je studententijd? Straks moet je weer ruziën over de afwas." Maar het is natuurlijk heel anders dan een studentenhuis. We hebben allemaal ons eigen, volwaardige appartement met een eigen voordeur, keuken en badkamer. De privacy is er gewoon. Maar daarnaast deelt onze gemeenschap een enorme binnentuin, een klusruimte, een washok én een grote gemeenschappelijke huiskamer met een keuken. Het is eigenlijk het beste van twee werelden. Je kunt de drukte opzoeken wanneer je wilt, maar als je behoefte hebt aan rust, trek je gewoon je eigen deur achter je dicht.
Noor: Toch kiezen de meeste mensen in Nederland voor die traditionele eigen bubbel. Waarom trok dit concept jou destijds zo aan? Wat was de trigger?
Nico: Ik merkte dat ik de individualisering in de maatschappij een beetje zat begon te worden. Ik woonde destijds in een gewone, keurige rijtjeswoning in een nieuwbouwwijk. We groetten de buren wel als we de vuilnisbak buiten zetten, maar daar hield het ook wel op. Ik dacht: als ik straks ouder word, wil ik niet in zo'n kille situatie zitten waarbij niemand merkt dat je er bent. Maar ik wilde ook absoluut niet in een soort seniorenflat terechtkomen waar iedereen dezelfde levensfase deelt. Ik vind die dynamiek van verschillende generaties juist zo mooi. De energie van spelende kinderen op het binnenterrein, de nuchterheid van jonge dertigers die midden in hun carrière staan, en de levenservaring van de tachtigers die hier ook wonen. Dat houdt je geest jong en scherp.
Noor: Ja, dat begrijp ik wel. Maar tegelijkertijd... dertig mensen met dertig verschillende levensstijlen en prioriteiten onder één dak. Hoe voorkom je dat dat continu botst? Dat vraagt toch om enorme compromissen?
Nico: Nou, dat klopt helemaal. Het is zeker niet altijd rozengeur en maneschijn. We beslissen alle belangrijke zaken op basis van consensus, via de zogenaamde sociocratische methode. Dat betekent dat we niet simpelweg stemmen en dat de meerderheid wint, want dan heb je altijd een ontevreden minderheid. Nee, we praten net zo lang door tot er bij niemand meer een overwegend en beargumenteerd bezwaar is tegen een besluit.
Noor: Oef... [laughs] dat klinkt eerlijk gezegd als een recept voor eindeloze vergaderingen. Echt dat oer-Nederlandse polderen waar sommigen een allergie voor hebben.
Nico: [laughs] Ja, dat klopt ook wel een beetje! Je moet wel een lange adem hebben. We hebben weleens drie avonden gediscussieerd over de vraag of we een trampoline voor de kinderen in de gemeenschappelijke tuin moesten plaatsen. De oudere bewoners waren bang voor geluidsoverlast vlak voor hun terras, terwijl de jonge gezinnen juist vonden dat de kinderen een plek nodig hadden om hun energie kwijt te kunnen. Op zo'n moment moet je echt naar elkaar luisteren en creatief worden. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een ingegraven trampoline op een strategische plek, omringd door geluidsdempende struiken. Het heeft gewerkt, maar het kost wat moeite om daar te komen.
Noor: Maar dat dwingt je wel om heel erg in te leven in het perspectief van je buren. Iets wat in een normale straat misschien veel minder snel gebeurt.
Nico: Exact. Je kunt niet zomaar zeggen: "Dit is mijn tuin, dus ik doe wat ik wil." Je leert je eigen directe behoeftes soms een beetje te parkeren voor het algemene belang van de hele groep. Dat is een leerproces, hoor. Vooral in het begin moesten sommigen daar echt aan wennen.
Noor: En hoe zit het met de dagelijkse taken? Want een grote tuin en gemeenschappelijke ruimtes onderhouden zichzelf niet. Wordt er dan niet stiekem gekeken naar wie er de kantjes vanaf loopt?
Nico: Zeker, dat is een klassiek pijnpunt in elke woongroep. In het begin hadden we heel strikte schema's: iedereen moest evenveel uren maken in de tuin en bij de schoonmaak. Maar dat werkte voor geen meter. Mensen raakten gefrustreerd omdat de een heel nauwkeurig was en de ander met de Franse slag schoonmaakte. En jonge gezinnen met een drukke baan hadden simpelweg minder tijd dan gepensioneerden. We hebben die rigide regels toen losgelaten en zijn gaan kijken naar ieders kwaliteiten en draagkracht. Nu doet de een de administratie, de ander maait het gras, en een derde organiseert de borrels. Je draagt bij naar vermogen. Sindsdien is de sfeer een stuk relaxter.
Noor: Ja, dat klinkt ook veel realistischer. Maar hoe zit het met de sociale controle? Is het niet benauwend dat iedereen precies weet wat je doet en wanneer je thuis bent?
Nico: Dat is een dunne grens. We noemen het liever sociale betrokkenheid dan sociale controle, maar het kan weleens in elkaar overlopen. Als ik een weekend weg ben en ik heb dat niet gemeld, dan vraagt er wel iemand maandag: "Goh Nico, we zagen je auto niet, alles goed?" Voor mij voelt dat als warme belangstelling, maar ik kan me voorstellen dat iemand anders dat als controlerend ervaart. Je moet daarin je eigen grenzen durven aangeven. Als je behoefte hebt aan een week volledige rust, dan zeg je dat gewoon in onze groepsapp en dan laat iedereen je ook echt met rust.
Noor: Hm, dat vereist wel dat je heel communicatief bent en je grenzen durft te stellen. Mensen die conflictvermijdend zijn, hebben het misschien moeilijker in zo'n groep?
Nico: Ja, absoluut. Als je alles binnensvet, ga je je ergeren. Je moet je durven uitspreken, op een constructieve manier natuurlijk. Dat is iets wat we nieuwe bewoners ook altijd meegeven tijdens de kennismakingsgesprekken. We zoeken mensen die sociaal vaardig zijn en openstaan voor feedback.
Noor: En de mooie momenten? Kun je een voorbeeld geven van iets wat je onlangs hebt meegemaakt waarbij je dacht: ja, hiervoor doe ik het?
Nico: Nou, afgelopen winter had een van onze oudste bewoonsters, mevrouw De Vries van tachtig, haar heup gebroken. Ze moest na de operatie revalideren, maar wilde heel graag thuisblijven. In plaats van dat ze naar een zorghotel moest, hebben we als groep de handen ineengeslagen. We hebben een schema gemaakt voor de warme maaltijden, er liep elke dag wel iemand binnen om even koffie met haar te drinken en we deden haar was. Ze kon gewoon in haar vertrouwde omgeving herstellen, omringd door mensen die ze kent. Toen ik haar daar zo zag zitten, glunderend met een kop thee en een paar spelende kinderen op de achtergrond, dacht ik: dit is precies hoe samenwonen bedoeld is. Dat is pure rijkdom.
Noor: Prachtig. Dat is inderdaad de kracht van een hechte gemeenschap. Nico, we lopen langzaam naar het einde van ons gesprek. Wat zou je onze luisteraars willen meegeven die misschien ook dromen van een andere manier van wonen?
Nico: Ik zou willen zeggen: durf de stap te zetten en kijk verder dan de traditionele woningmarkt. Het vergt wat aanpassingsvermogen en je moet je ego soms een beetje kunnen parkeren, maar wat je er aan menselijke warmte, gezelligheid en veiligheid voor terugkrijgt is onbetaalbaar. Het verrijkt je leven enorm.
Noor: Dank je wel, Nico, voor dit inspirerende en openhartige gesprek. Het geeft een heel mooi inkijkje in een andere manier van samenleven.
Nico: Graag gedaan, Noor. Het was mij een genoegen.
Noor: En voor de luisteraars thuis: wil je dit gesprek rustig nalezen om je Nederlands te oefenen? Het transcript staat helemaal gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!