← Volver a la vista general Onderweg met het OV: Tegenwoordige Tijd A2 Elke ochtend En blanco 1 ik naar mijn werk. (gaan) Ik En blanco 2 meestal met de bus. (reizen) Nu En blanco 3 ik bij de bushalte. (staan) De bus En blanco 4 over twee minuten. (komen) Veel mensen En blanco 5 al. (wachten) Mijn OV-chipkaart En blanco 6 in mijn portemonnee. (zitten) De bus En blanco 7 voor mij. (stoppen) Ik En blanco 8 in en check in. (stappen) De buschauffeur En blanco 9 de motor weer. (starten) Ik En blanco 10 een vrije plaats. (zoeken) Siguiente ejercicio → ← Terug naar overzicht