← Terug naar overzicht Luisteren B1 Een reiziger heeft problemen met het inchecken van de OV-chipkaart in de bus. Lees mee (transcript)Conductrice: Goedendag, mag ik uw OV-chipkaart zien? Reiziger: Jazeker, alstublieft. Ik denk dat er iets mis is, hij checkt niet in. Conductrice: Hmm, ik zie het. Uw saldo is te laag. U heeft minimaal 4 euro nodig voor de bus. Reiziger: Oh, vandaar! Ik dacht dat er nog genoeg op stond. Kan ik hier ergens opwaarderen? Conductrice: Ja, bij het station is een automaat. Of u kunt via de app snel opwaarderen. Reiziger: Bedankt voor de tip! Dan ga ik dat meteen regelen. 1. Wat is het grootste probleem van de reiziger? A. De reiziger heeft geen OV-chipkaart. B. De OV-chipkaart van de reiziger heeft niet genoeg saldo. C. De conductrice is boos op de reiziger. 2. Waarom kan de reiziger niet inchecken? A. De kaart is kapot. B. Er staat te weinig geld op de OV-chipkaart. C. De reiziger heeft de verkeerde bus. 3. Hoeveel geld moet er minimaal op de OV-chipkaart staan voor de bus? A. Minimaal 2 euro. B. Minimaal 4 euro. C. Minimaal 10 euro. 4. Wat is één manier om de OV-chipkaart op te waarderen volgens de conductrice? A. Bij de buschauffeur. B. Via de app. C. Bij de supermarkt. 5. Wat gaat de reiziger hierna doen? A. Uitstappen en naar huis gaan. B. De OV-chipkaart opwaarderen. C. Een nieuwe OV-chipkaart kopen. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht