Met je voeten in de klei: Het geheim van de volkstuin
Lire en suivant (transcription)
Sanne: Waarom verlangen we, in een wereld die digitaler is dan ooit, zo massaal naar een klein stukje grond om met onze handen in de modder te wroeten? Is het pure nostalgie, of is het een vlucht uit de werkelijkheid?
Sanne: Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met Ruud, zevenenvijftig jaar oud en al ruim tien jaar de voorzitter van Volkstuinvereniging De Groene Oase in Utrecht. Een plek waar de wachtlijsten inmiddels zijn opgelopen tot wel zeven jaar. Ruud, ontzettend fijn dat je er bent.
Ruud: Dank je wel, Sanne. Leuk om hier te zijn.
Sanne: Laten we meteen met die wachtlijst beginnen. Zeven jaar... Dat is langer dan de gemiddelde student over zijn studie doet. Wat drijft mensen om zo lang te wachten op een lapje grond van honderd vierkante meter?
Ruud: Ja, het is bizar hè? Als je me dat twintig jaar geleden had verteld, had ik je uitgelachen. Toen moesten we bijna smeken om leden. Maar nu... [sighs] het is echt een trend. Mensen, vooral dertigers en veertigers uit de stad, snakken naar rust. Ze zitten de hele dag achter een scherm, wonen in een appartement zonder tuin, en voelen de druk van het presteren. Op de volkstuin mag alles langzamer. Daar bepaalt het weer en de natuur het tempo, niet een deadline of een algoritme.
Sanne: Herken je dat gevoel zelf ook? Dat contrast tussen de drukte van het dagelijks leven en de rust van de tuin?
Ruud: Absoluut. Ik werkte vroeger in de IT, altijd aan, altijd bereikbaar. Als ik dan na een stressvolle dag mijn tuin opstapte... dat deed echt iets met mijn hartslag. Zodra ik die houten poort doorging, viel de spanning van mijn schouders. Je ruikt de vochtige aarde, je hoort de bijen zoemen. Het klinkt misschien wat zweverig, maar aarden... tja, dat doe je letterlijk met je voeten in de klei.
Sanne: Nee, het klinkt helemaal niet zweverig, ik snap het heel goed. Maar een volkstuinvereniging staat in Nederland ook wel een beetje bekend om de regeltjes. De heg mag niet te hoog, de paden moeten onkruidvrij zijn... Is het wel echt zo'n oase van rust, of is het stiekem ook een bron van sociale controle?
Ruud: [laughs] Ah, de beruchte regeltjes! Ja, daar kan ik niet omheen. Kijk, we zijn een vereniging met ruim honderdvijftig tuinders op een relatief klein oppervlak. Als iedereen maar doet waar hij zin in heeft, wordt het snel een jungle. En ja, we hebben regels. De heg mag inderdaad maximaal één meter twintig zijn, zodat we elkaar nog kunnen zien en het open karakter blijft. En ja, als je tuin vol staat met zevenblad en dat waait over naar de buren... dan krijg je daar wel een opmerking over.
Sanne: En hoe reageren die nieuwe, jonge tuinders daarop? Die komen waarschijnlijk met dromen over permacultuur en wilde bloemenweides, en dan staat daar de buurman van tachtig met een meetlat bij de heg.
Ruud: Nou, daar raak je precies de kern van de spanningen die we soms hebben. [laughs] Het botst weleens. De oudere generatie, die vaak al dertig jaar op de tuin zit, houdt van strakke rijen aardappels, keurig aangeharkt, geen sprietje onkruid te bekennen. De jongere generatie wil juist die biodiversiteit. Die laten de brandnetels staan voor de rupsen. Dan moet ik als voorzitter soms bemiddelen. Dan zeg ik tegen de oudere garde: "Laat die jonge mensen experimenteren, die bloemen zijn goed voor de bijen." En tegen de jongeren zeg ik: "Zorg wel dat je buurman geen last heeft van jouw distels." Het is polderen op de vierkante meter.
Sanne: Polderen op de vierkante meter, wat een mooie uitdrukking. Maar lukt dat polderen ook altijd? Heb je weleens meegemaakt dat een conflict echt uit de hand liep?
Ruud: Oh jazeker. We hebben een keer een enorme discussie gehad over een kas. Een nieuw lid had een prachtige, hypermoderne kas gebouwd, maar die was net tien centimeter hoger dan volgens de statuten mocht. De buurman klaagde dat daardoor de schaduw net over zijn vroege worteltjes viel. Dat heeft echt geleid tot felle discussies tijdens de algemene ledenvergadering. Uiteindelijk hebben we het opgelost door de kas een meter te verplaatsen. Maar op zo'n moment denk ik wel: jongens, we zijn hier toch voor ons plezier?
Sanne: Precies, het moet wel ontspanning blijven. Maar het laat ook zien hoe intensief we in Nederland met onze ruimte omgaan. Elke centimeter is gepland, zelfs in onze zogenaamde 'vrije natuur'. Vind je dat we daarin doorslaan?
Ruud: Soms wel. We willen alles beheersen. Maar de natuur laat zich niet helemaal plannen. Dat is juist de les die je op de tuin leert. Je kunt nog zo hard je best doen, je kunt de beste mest kopen, maar als er in mei plotseling nachtvorst overheen komt, zijn je tomatenplanten gewoon dood. Dat dwingt tot nederigheid. Je leert loslaten. En dat is iets wat we in onze moderne maatschappij bijna verleerd zijn. We denken dat alles maakbaar is, maar dat is het niet.
Sanne: Dat vind ik een hele mooie les. Het accepteren dat je niet alles in de hand hebt. Is dat ook wat de tuin jou persoonlijk heeft gebracht? Meer geduld?
Ruud: Ja, absoluut. Ik was vroeger heel ongeduldig. Alles moest nu, snel, efficiënt. Maar een zaadje heeft tijd nodig. Je kunt niet aan een plantje trekken om het sneller te laten groeiene. Je moet zaaien, water geven, wachten, en hopen op een goede oogst. Soms mislukt het, en dan begin je volgend jaar gewoon weer opnieuw. Die cyclus van de seizoenen geeft me enorm veel rust. Het relativeert de waan van de dag.
Sanne: En hoe zit het met het sociale aspect? Want eenzaamheid is een groot thema in de stad. Helpt de volkstuin daartegen?
Ruud: Dat is misschien wel het mooiste van de hele vereniging. We hebben mensen van alle rangen en standen. Van professoren tot bouwvakkers, van jonge gezinnen tot weduwnaars van tachtig. Op de tuin vervallen die barrières. We dragen allemaal dezelfde vieze broeken en hebben modder onder onze nagels. Je helpt elkaar. Als ik op vakantie ben, geeft mijn buurman water. En als hij te veel courgettes heeft - en geloof me, iedereen heeft in augustus te veel courgettes - dan deelt hij ze uit. [laughs] Je bent nooit echt alleen op de tuin, maar je hebt wel je eigen eilandje waar je je kunt terugtrekken als je dat wilt.
Sanne: Die courgettes zijn inderdaad een klassieker! Maar het klinkt alsof de tuin echt een spiegel is van de samenleving, maar dan in het klein. En misschien wel een vriendelijkere versie daarvan.
Ruud: Ja, dat denk ik wel. Omdat je elkaar face-to-face spreekt, over heel basale dingen. Niet over politiek of ingewikkelde maatschappelijke discussies, maar gewoon over of de bonenluis al actief is. Dat schept een band. Je leert de ander waarderen om wie hij is, niet om wat hij doet in het dagelijks leven.
Sanne: Ruud, we naderen alweer het einde van ons gesprek. De tijd vliegt. Ik stel mijn gasten altijd een vaste laatste vraag. Wat zou jij onze luisteraars, die misschien ook wel die drukte voelen en dromen van meer rust, willen meegeven?
Ruud: Nou... ik zou zeggen: je hebt geen zeven jaar wachtlijst nodig voor een volkstuin om te beginnen. Begin klein. Zet een paar potten met kruiden op je balkon, of koop een plant voor in je vensterbank en ga daar echt voor zorgen. Voel die verbinding met iets dat leeft en groeit. En als je buiten wandelt, sta dan eens stil bij een boom. Kijk hoe die meebeweegt met de wind en toch stevig staat. We zijn onderdeel van de natuur, we moeten er alleen weer even naar leren luisteren.
Sanne: Wat een prachtig advies. Dank je wel, Ruud, voor dit inspirerende gesprek en je mooie inzichten over het leven op en rond de tuin.
Ruud: Graag gedaan, Sanne. Het was me een genoegen.
Sanne: En zo zie je maar weer dat de grootste levenslessen soms gewoon in de aarde verborgen liggen, vlak onder onze voeten. Alles rustig nalezen? Dat kan gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!