← Terug naar overzicht Luisteren A1 Een man vraagt bij de bushalte welke bus naar het station gaat. Lees mee (transcript)Meneer Bakker: Pardon, mevrouw. Rijdt bus tien hier nog? Mevrouw Jansen: Nee, bus tien rijdt nu niet. Die bus rijdt alleen op maandag. Meneer Bakker: Oh jammer. Welke bus gaat nu naar het station? Mevrouw Jansen: Bus twaalf gaat ook naar het station. Meneer Bakker: Dank u wel! 1. Welke bus zoekt de man eerst? A. Bus 10. B. Bus 12. C. Bus 20. 2. Wanneer rijdt bus 10? A. Alleen in het weekend. B. Alleen op maandag. C. Elke dag. 3. Waar wil de man naartoe? A. Naar zijn werk. B. Naar het station. C. Naar de markt. 4. Welke bus kan de man nu nemen? A. Bus 10. B. Geen enkele bus. C. Bus 12. 5. Met wie praat de man? A. Met een vrouw bij de bushalte. B. Met de buschauffeur. C. Met een vriend. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht