De kunst van het Sinterklaasgedicht
Lire en suivant (transcription)
Femke: Waarom schrijven we in Nederland eigenlijk elk jaar gedichten waarin we onze familieleden een beetje belachelijk maken? En waarom vinden we dat nog leuk ook?
Femke: Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met Els. Els is drieënvijftig jaar en in haar familie staat ze bekend als de 'gedichtenkoningin'. Al dertig jaar schrijft ze voor iedereen de scherpste, maar ook de liefste Sinterklaasgedichten. Els, welkom!
Els: Dank je wel, Femke. Leuk om hier te zijn.
Femke: Ja, geweldig dat je er bent. Want die gedichten... voor veel mensen is het elk jaar weer een stressmoment, toch? Ze beginnen op het laatste moment op vijf december. Maar jij begint al veel eerder?
Els: [laughs] Ja, klopt helemaal. Ik begin meestal in oktober al met het verzamelen van verhalen. Ik heb een klein notitieboekje en daar schrijf ik het hele jaar door kleine dingetjes in. Als mijn broer bijvoorbeeld zijn sleutels in de koelkast legt, of als mijn zus weer eens te laat komt... Hop, dat gaat in mijn boekje. Dat is goud waard voor de gedichten.
Femke: Wat grappig! Je bespioneert je familie eigenlijk het hele jaar door.
Els: Nou, bespioneren is een groot woord... [laughs] Maar je moet scherp blijven. Een goed Sinterklaasgedicht gaat niet over hoe aardig iemand is. Het moet een beetje schuren. We noemen dat plaaggedichten. Je neemt iemand een beetje in de maling, maar wel met liefde.
Femke: Ja, precies. Dat 'met liefde' is wel heel belangrijk, denk ik. Hoe zorg je ervoor dat het niet te pijnlijk wordt? Want soms hoor je wel eens dat mensen echt boos worden op pakjesavond.
Els: Dat is inderdaad de grens. Je moet de persoon goed kennen. Mijn broer kan heel veel hebben, dus bij hem schrijf ik over zijn flaters met klussen in huis. Dat hij een gat in de waterleiding boorde, bijvoorbeeld. Maar bij mijn jonge nichtje doe ik dat natuurlijk niet. Bij haar schrijf ik over haar hobby's of hoe trots we op haar zijn, met misschien één heel klein, grappig dingetje erin.
Femke: Hm, ja. Dus je past het echt aan de persoon aan.
Els: Precies. En de gouden regel is: eindig altijd positief. Je begint met het plagen, met de fouten die iemand heeft gemaakt. Maar de laatste vier regels moeten warm zijn. Een compliment, of gewoon een wens voor een mooi nieuw jaar. Dan blijft de sfeer goed.
Femke: Wat mooi. En hoe ben je hier eigenlijk mee begonnen? Was er een moment dat je dacht: ik ga hier echt werk van maken?
Els: Nou... mijn vader deed het vroeger ook altijd. Hij zat dagenlang op zijn werkkamer te typen op een oude typemachine. Wij mochten dan niet storen. En op pakjesavond las hij die gedichten voor met zo'n zware stem. Dat maakte diepe indruk op mij als kind. Toen hij er niet meer was, voelde het alsof die traditie niet mocht verdwijnen. Dus toen heb ik de pen overgenomen.
Femke: Wat een warme herinnering. Dus het is voor jou ook een manier om je vader te herdenken?
Els: Ja, absoluut. Elke keer als ik rijm, denk ik even aan hem. Het verbindt ons gezin ook echt. We wonen nu allemaal op verschillende plekken in het land, we hebben het druk. Maar op die avond zitten we bij elkaar en luisteren we echt naar elkaar via die gedichten.
Femke: Ja, want je leest ze hardop voor. Dat is ook een belangrijk deel van de traditie, toch?
Els: Absoluut! Het voorlezen is het leukste deel. Iedereen luistert. En het mooie is: door zo'n gedicht kun je soms dingen bespreken die je normaal niet zo snel zegt.
Femke: Hoe bedoel je dat precies? Kun je daar een voorbeeld van geven?
Els: Nou, vorig jaar had mijn zus een heel zware tijd op haar werk. Ze was erg gestrest en nam te weinig rust. In mijn gedicht heb ik geschreven dat de Sint zag dat ze altijd maar doorging en dat hij zich een beetje zorgen maakte. Ik schreef: 'Neem eens een warm bad en laat de boel de boel'. Dat was grappig verpakt, maar het kwam wel binnen. Ze moest huilen, maar het was een goede huilbui. Het opende het gesprek.
Femke: Wauw... Dus het gedicht is eigenlijk een veilige manier om te laten zien dat je om iemand geeft, zelfs als het over moeilijke dingen gaat.
Els: Ja, precies dat. Het haalt de spanning eraf. Omdat het rijmt en omdat Sinterklaas het zogenaamd heeft geschreven, voelt het minder direct. Het is minder confronterend dan wanneer ik op een verjaardag tegen haar zeg: 'Zeg, gaat het wel goed met je?'
Femke: Ja, dat snap ik heel goed. Wat een prachtige kant van deze traditie. Voor de mensen die dit luisteren en denken: 'Ik wil dit ook, maar ik kan echt niet rijmen'... Heb je een tip voor hen? Hoe begin je?
Els: [laughs] Mijn belangrijkste tip is: maak het jezelf niet te moeilijk. Gebruik gewoon een simpel rijmschema, zoals AABB of ABAB. En er zijn natuurlijk rijmwoordenboeken op internet, die gebruik ik zelf ook nog steeds als ik vastloop! Maar het belangrijkste is: schrijf alsof je tegen de persoon praat. Gebruik geen moeilijke, plechtige woorden die je normaal nooit gebruikt. Hou het dicht bij jezelf.
Femke: Dus geen ouderwets taalgebruik, maar gewoon je eigen stem?
Els: Ja, precies. En wees niet te streng voor jezelf. Het hoeft geen literatuur te zijn. Het gaat om de persoonlijke aandacht. Dat je de tijd hebt genomen om over diegene na te denken. Dat voelt de ander meteen.
Femke: Els, we moeten langzaam afronden. Wat wil je onze luisteraars vandaag tot slot meegeven?
Els: Nou... ik zou willen zeggen: wacht niet tot december om eens echt naar de mensen om je heen te kijken. Schrijf eens een briefje, of een kort gedichtje, zomaar. Het kost bijna niets, maar het geeft zoveel warmte.
Femke: Wat een prachtig advies. Dank je wel voor dit fijne gesprek, Els.
Els: Heel graag gedaan, Femke!
Femke: En voor de luisteraars: wil je de tekst van dit gesprek rustig nalezen? Het hele transcript staat gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!