De soundtrack van de stad: de kunst van de beiaardier
Lire en suivant (transcription)
Daan: Heb je er weleens bij stilgestaan dat de soundtrack van onze historische binnensteden al eeuwenlang live wordt gespeeld, hoog boven de daken, door één enkele persoon?
Daan: Vandaag praat ik met Boudewijn, een man die wekelijks de klokken van de Grote Kerk laat zingen. Boudewijn, 54 jaar oud, is stadsbeiaardier. Een bijzonder en bijna mystiek ambacht. Welkom, Boudewijn.
Boudewijn: Dank je wel, Daan. Leuk om hier te zijn.
Daan: Laten we meteen naar die toren gaan. Want als de meeste mensen door de stad lopen en de klokken horen spelen, denken ze vaak aan een automatisch systeem. Maar jij zit daar echt zelf te zweten op zo’n houten klavier, toch?
Boudewijn: [laughs] Ja, absoluut. Dat is de grootste misvatting die er bestaat. Mensen horen muziek en denken direct aan een computer. Maar het carillon, of de beiaard zoals we ook wel zeggen, is echt een dynamisch instrument. Net als een piano, maar dan vele malen groter. Ik sla met mijn vuisten op houten stokken, de toetsen, en met mijn voeten bedien ik de pedalen voor de zware klokken. Elke slag trekt aan een metalen draad die de klepel tegen de klok slaat. Als ik zacht sla, klinkt het zacht. Als ik hard sla, galmt het door de hele stad. Het is puur handwerk, en inderdaad, in de zomer kan het behoorlijk zweten zijn daarboven in die kleine cabine.
Daan: Ongelooflijk. Een hele training dus. En hoe ben je hier zo in gerold? Want stadsbeiaardier word je niet zomaar, denk ik. Dat is toch geen alledaagse carrièrekeuze.
Boudewijn: Nee, dat klopt. Mijn achtergrond ligt in de klassieke muziek. Ik studeerde oorspronkelijk piano aan het conservatorium. Maar op een dag liep ik door de stad en hoorde ik de beiaard spelen. Het was geen traditioneel lied, maar een heel modern, jazzy stuk. Dat verraste me enorm. Ik dacht direct: hoe werkt dat in vredesnaam? Ik ben toen contact gaan zoeken met de toenmalige beiaardier, mocht een keer mee de toren op tijdens een bespeling, en ik was op slag verkocht. Het is de unieke combinatie van geschiedenis, architectuur en muziek. Je bespeelt niet zomaar een instrument, je bespeelt een heel stadsdeel. De luisteraars hebben geen keuze; ze horen je, of ze nu willen of niet. Dat geeft een enorme verantwoordelijkheid en een kick.
Daan: Ja, dat kan ik me voorstellen. Een pianist in een concertzaal speelt voor mensen die bewust een kaartje hebben gekocht en stilzitten. Jij speelt voor de fietser met haast, de marktkoopman die zijn vis staat te verkopen, en de toerist op het terras. Hoe beïnvloedt dat jouw muziekkeuze?
Boudewijn: Dat is precies de kern van het vak. Je moet een balans vinden tussen traditie en het nu. Als stadsbeiaardier ben je in feite een soort muzikale ambtenaar, aangesteld door de gemeente. Dus ik speel klassieke stukken van Bach of Mozart, die prachtig klinken op die oude bronzen klokken, maar ik speel ook popmuziek. Laatst overleed er een heel bekende Nederlandse zanger. Dan pas ik mijn programma direct aan en speel ik diezelfde middag nog een arrangement van zijn grootste hit. Als ik dan na afloop naar beneden klim en hoor dat mensen op de markt erdoor geraakt waren, dan is mijn missie geslaagd. Je deelt een moment van collectieve emotie, ook al zien ze de muzikant niet.
Daan: Wat prachtig. En die klokken zelf, die zijn soms honderden jaren oud. Hoe voelt het om te spelen op een instrument dat zoveel geschiedenis met zich meedraagt?
Boudewijn: Dat geeft me oprecht elke keer weer kippenvel, Daan. Sommige klokken in mijn toren zijn in de zeventiende eeuw gegoten door de gebroeders Hemony. Zij waren de absolute meesters van de klokkengietkunst in de Gouden Eeuw. Brons is een fascinerend metaal. Het overleeft oorlogen, stormen en generaties. Als ik nu een toets aansla, hoor ik exact dezelfde klank die de mensen in de zeventiende eeuw hoorden toen zij daar beneden op de markt liepen te handelen. Dat relativeert alles. Mijn eigen leven is maar een klein flitsje in de geschiedenis van die klokken. Ik zie mezelf dan ook niet als eigenaar, maar puur als de tijdelijke bewaker van die klanken.
Daan: Hm, mooi gezegd. Een tijdelijke bewaker. Maar het is ook fysiek hard werken, toch? Je moet eerst die toren op, en het bespelen zelf is bijna een sport.
Boudewijn: Nou... [sighs] de conditie moet inderdaad goed zijn. De klim naar boven is de wekelijkse warming-up: ruim driehonderd treden over een hele smalle, stenen spiltrap. En het spelen is een soort volledige lichaamstraining. Vooral de grote, zware klokken vergen veel kracht in de benen voor de pedalen. Maar het geheim zit in de ontspanning. Als je gaat forceren of met pure spierkracht gaat rammen, houd je het niet vol en krijg je blessures. Je moet leren om het gewicht van je armen en benen het werk te laten doen. Het is een heel fysieke, bijna organische connectie met het instrument.
Daan: En hoe zit het met de eenzaamheid daarboven? Je zit daar hoog in die toren, ver weg van de mensen. Word je daar weleens melancholisch van?
Boudewijn: Eenzaam zou ik het niet noemen, eerder sereen. Het is een heel bewuste, rustgevende afzondering. Beneden raast het drukke, moderne leven door, en ik zit in mijn eigen, rustige wereld van hout, ijzer en steen. Ik kijk uit over de daken, zie de treinen in de verte rijden, de wolken die voorbijtrekken... Het geeft een enorm gevoel van vrijheid en overzicht. Maar tegelijkertijd ben ik heel intiem verbonden met die wereld daaronder. Ik reageer ook op wat er gebeurt. Als het grijs en regenachtig is, speel ik wat meer melancholische muziek. Als plotseling de zon doorbreekt, kies ik direct voor een lichter, vrolijker stuk. Dus ja, ik ben alleen daarboven, maar ik voel me juist heel verbonden met de stad.
Daan: Nederland is echt het beiaardland bij uitstek, samen met Vlaanderen. Waarom is deze traditie juist in onze regio zo ontzettend groot geworden?
Boudewijn: Dat heeft alles te maken met onze geschiedenis van handel en burgerlijke trots in de middeleeuwen en de zeventiende eeuw. In die tijd wilden de rijke handelssteden aan elkaar laten zien hoe welvarend ze waren. Een toren met een prachtig, zuiver gestemd carillon was het ultieme statussymbool. Het was in feite de radio of de Spotify van die tijd. Het gaf niet alleen de tijd aan voor de handwerkers, maar bracht ook nieuws en vermaak op marktdagen. Die cultuur hebben we gelukkig altijd weten te behouden. Bijna elke historische Nederlandse stad heeft nog steeds een stadsbeiaardier die wekelijks speelt. Het is echt levend immaterieel erfgoed.
Daan: Toch hoor je weleens dat jonge generaties er minder mee hebben. Maak je je weleens zorgen over de toekomst van dit ambacht?
Boudewijn: Soms wel, maar ik zie gelukkig ook heel veel mooie, nieuwe initiatieven. Er is een jongere generatie beiaardiers die heel creatief is. Ze spelen filmmuziek van Star Wars, werken samen met dj's of organiseren luisterconcerten waarbij mensen in strandstoelen in het park onderaan de toren liggen te luisteren. Zolang we blijven vernieuwen en aansluiting zoeken bij de belevingswereld van nu, blijft deze prachtige traditie springlevend. Klokken horen bij de identiteit van een Nederlandse stad. Zonder dat vertrouwde geluid mist er echt een dimensie in het stadsleven.
Daan: Ja, absoluut. Het geluid geeft karakter en ziel aan de koude stenen van de binnenstad. Boudewijn, we naderen het einde van onze podcast. Wat zou jij onze luisteraars als laatste gedachte willen meegeven?
Boudewijn: Als je de volgende keer door een historische stad loopt, doe dan eens één oortje uit. Of zet je telefoon even op stil. En luister. Niet alleen naar de klokken, maar naar de hele soundtrack van de stad om je heen. Er zit zo veel geschiedenis, vakmanschap en schoonheid in de lucht, als je er maar even de tijd voor neemt om het echt te horen.
Daan: Wat een prachtige, kalmerende gedachte om deze aflevering mee te besluiten. Heel erg bedankt voor je tijd en dit fascinerende inkijkje in jouw torenwereld, Boudewijn.
Boudewijn: Heel graag gedaan, Daan. Tot horens in de stad!
Daan: En voor de luisteraars thuis: bedankt voor het luisteren naar TalkDutch. Wil je deze aflevering op je gemak nalezen? Het transcript staat helemaal gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!