Aller au contenu principal

Sport en routine van de zorgverlener

Tegenwoordige tijd A2
Ik
als verpleegkundige in een verpleeghuis. (werken)

Je travaille comme infirmière dans un établissement de soins de longue durée.

Mijn diensten
vaak zwaar en ik sta veel. (zijn)

Mes gardes sont souvent difficiles et je reste beaucoup debout.

Na een lange dag
ik ontspannen. (willen)

Après une longue journée, je veux me détendre.

Daarom
ik twee keer per week naar de sportclub. (gaan)

C'est pourquoi je vais deux fois par semaine au club de sport.

Vandaag
ik dertig minuten in het bad. (zwemmen)

Aujourd'hui, je nage pendant trente minutes dans la piscine.

Het water
mijn spieren te ontspannen. (helpen)

L'eau aide mes muscles à se détendre.

Ik
dan even niet aan mijn patiënten. (denken)

Je ne pense pas à mes patients pendant un moment.

Deze sport
mij nieuwe energie voor de volgende dienst. (geven)

Ce sport me donne une nouvelle énergie pour la prochaine garde.

Een goede conditie
essentieel voor mijn werk in de zorg. (zijn)

Une bonne condition physique est essentielle pour mon travail dans les soins de santé.

Ik weet dat ik goed
zorgen voor mezelf. (moeten)

Je sais que je dois bien prendre soin de moi.