Groene oase of strenge regels? Het leven op de volkstuin
Leggi insieme (trascrizione)
Femke: Waarom zou je betalen voor een stukje grond waar je verplicht dertig centimeter hoge heggen moet snoeien en waar je buren controleren of je onkruid wel gewied is? Is dat nou ultieme vrijheid, of juist de ultieme Nederlandse bemoeizucht?
Femke: Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met Gerard. Hij is tweeënzestig en brengt bijna elke dag door op zijn volkstuin in Utrecht. Maar dat is niet alleen maar ontspannen tussen de bloemetjes. Gerard, welkom.
Gerard: Dank je wel, Femke. En nee, het is zeker niet alleen maar rustig op een stoeltje zitten. Mensen hebben tegenwoordig een heel romantisch beeld van een volkstuin. Lekker je eigen worteltjes kweken, een beetje fluitende vogels op de achtergrond... Maar achter die idyllische heg schuilt een hele wereld van reglementen, statuten en ja, soms ook flinke discussies.
Femke: [laughs] Discussies? Waar moeten we dan aan denken? Gaan mensen echt ruziën over een wortel die over de grens groeit?
Gerard: Nou, het begint vaak subtieler. Bij ons op de vereniging hebben we bijvoorbeeld een 'schouw'. Dat betekent dat het bestuur twee keer per jaar langskomt om te controleren of je tuin er wel netjes bij ligt. Als het onkruid te hoog staat, of als je heg de maximale hoogte van één meter twintig overschrijdt, dan krijg je een brief. Een waarschuwing. Krijg je er drie, dan kun je je tuin kwijtraken.
Femke: Wacht eens even. Je huurt die grond toch? Dan wil je toch zelf bepalen hoe hoog je heg is? Waarom bemoeit de vereniging zich daarmee?
Gerard: [sighs] Dat dacht ik in het begin ook, hoor. Toen ik twintig jaar geleden begon, dacht ik: dit is mijn domein. Maar je moet het zo zien: een volkstuincomplex is een kleine gemeenschap op een kluitje. Als mijn tuin vol staat met distels, waaien de zaadjes zo naar de buren. Die zijn dan uren bezig om hun biologische aardbeien te redden. Dus die regels zijn er wel met een reden. Maar ja, soms slaat het door. Sommige leden gedragen zich bijna als de tuinpolitie. Dan lopen ze heel opvallend langs je hekje te kijken of je je pad wel hebt aangeveegd.
Femke: Dat klinkt eerlijk gezegd best wel stressvol. Waarom zou je die stress opzoeken in je vrije tijd? Je gaat daar toch juist heen voor je rust?
Gerard: Absoluut. En die rust is er ook wel. Als ik 's ochtends vroeg op de tuin kom, de dauw ligt nog op het gras en de zon komt op... ja, dat is magisch. Dan hoor ik alleen de wind en de vogels. In de stad heb je die stilte nergens meer. Maar de dynamiek op de vereniging is de laatste jaren wel enorm veranderd. Er is een soort generatieconflict gaande.
Femke: Vertel. Wat voor conflict?
Gerard: Nou, vroeger had je op de volkstuin vooral oudere mannen van de vroege generatie. Die verbouwden aardappels, uien en kool. Geen flauwekul, gewoon hard werken en kilo's groenten mee naar huis nemen voor het gezin. Maar de laatste jaren is er een enorme wachtlijst ontstaan. Jongere mensen uit de stad, vaak dertigers met een drukke kantoorbaan, willen ook een tuin. Zij zoeken een soort 'groene oase'.
Femke: En die willen geen aardappels poten?
Gerard: [laughs] Nee, die willen vooral een loungebank, een vuurschaal en heel veel bloemen voor de bijen. Prachtig natuurlijk, heel ecologisch. Maar ze hebben vaak minder tijd voor het echte onderhoud. Dus die tuinen verwilderen sneller. En de oudere generatie stoort zich daar mateloos aan. Die vinden dat die 'hipsters', zoals ze genoemd worden, alleen maar komen om biertjes te drinken en met hun laptop in de zon te zitten. Terwijl de ouderen vinden dat er gewerkt moet worden.
Femke: Dus het is eigenlijk een botsing tussen twee levensstijlen. De prestatiegerichte, traditionele tuinier tegenover de moderne, recreatieve zoeker naar rust.
Gerard: Precies dat. En ik zit er een beetje tussenin. Ik begrijp die jongeren wel. De druk in de maatschappij is enorm hoog, ze wonen vaak in kleine appartementen zonder balkon. Dan is zo'n tuin een redding voor je mentale gezondheid. Maar ik snap ook mijn leeftijdsgenoten die zeggen: "Als je een tuin neemt, moet je er ook voor zorgen." Een tuin is geen park waar je alleen maar komt consumeren. Het vraagt toewijding.
Femke: Heb je zelf weleens ruzie gehad met een buurman over hoe je je tuin inricht?
Gerard: Nou, niet echt ruzie, maar wel een... laten we zeggen, een stevig gesprek. Mijn buurman is een man van de oude stempel. Die houdt van strakke lijnen. Alles recht, zwarte aarde tussen de planten, geen sprietje onkruid te bekennen. Ik ben juist meer van de natuurlijke tuin. Ik laat expres wat brandnetels staan in een hoekje, want daar komen vlinders op af. Hij vond dat verschrikkelijk. Hij zei letterlijk: "Gerard, je bent een luie tuinier, die brandnetels horen op de composthoop."
Femke: En wat doe je dan? Ga je dan overstag om de lieve vrede te bewaren?
Gerard: We hebben uiteindelijk een compromis gesloten. Ik heb de brandnetels verplaatst naar een stuk achter mijn schuurtje, waar hij ze niet kan zien. En ik help hem nu af en toe met het tillen van zware zakken aarde, want hij wordt ook een dagje ouder. Dat is dan weer de andere kant: als er echt iets aan de hand is, staan we wel voor elkaar klaar. Toen mijn vrouw vorig jaar in het ziekenhuis lag, hebben de buren mijn hele tuin water gegeven tijdens een hittegolf. Zonder dat ik erom hoefde te vragen. Dat is die gemeenschapszin die je in de gewone woonwijk bijna niet meer ziet.
Femke: Wat mooi. Dus ondanks de regeltjes en de sociale controle, is er wel een diepe verbondenheid.
Gerard: Ja, dat is de paradox van de volkstuin. Juist omdat we zo dicht op elkaar zitten en ons aan dezelfde regels moeten houden, ontstaat er een soort familiegevoel. Je deelt de oogst, je deelt het gereedschap, en je deelt de liefde voor de natuur. We zijn allemaal gelijk als we met onze knieën in de modder zitten. Het maakt niet uit of je directeur bent of dat je in de WW zit. Op de tuin ben je gewoon 'Gerard' of 'Femke'.
Femke: Dat vind ik een prachtig inzicht. We zijn bijna aan het einde van ons gesprek. Wat zou je de luisteraars van TalkDutch willen meegeven, misschien specifiek de mensen die ook dromen van een groen leven in de stad?
Gerard: Ik zou willen zeggen: zoek die verbinding met de aarde op, maar wees voorbereid op de mensen die erbij horen. Als je alleen maar rust zoekt zonder concessies te doen aan anderen, dan moet je geen volkstuin nemen. Maar als je bereid bent om te delen, te praten en soms een beetje water bij de wijn te doen... dan is er geen betere plek op aarde.
Femke: Wat een mooie uitsmijter, Gerard. Heel erg bedankt voor je openheid en dit fijne gesprek.
Gerard: Graag gedaan, Femke. Het was me een genoegen.
Femke: Alles rustig nalezen? Dat kan gratis op talkdutch punt nl.