De volkstuin: van aardappelveld tot statussymbool
Leggi insieme (trascrizione)
Ruben: Stel je voor: een eigen stukje grond in de drukke stad, waar je je eigen groenten verbouwt en de vogels hoort fluiten. Maar wist je dat de wachtlijsten voor zo'n Nederlands paradijsje tegenwoordig kunnen oplopen tot wel vijftien jaar?
Ruben: Welkom bij TalkDutch. Ik ben Ruben. Vandaag praat ik met Peter, een ervaren tuinier die al twintig jaar een volkstuin heeft in Utrecht. Peter heeft de cultuur op het tuincomplex enorm zien veranderen. Vanmorgen gaan we in gesprek over de charme van wroeten in de aarde, maar ook over de spanningen tussen de oude garde en de nieuwe, jonge tuiniers. Peter, welkom. Fijn dat je er bent.
Peter: Dank je wel, Ruben. Leuk om hier te zijn.
Ruben: Twintig jaar geleden besloot jij: ik neem een volkstuin. Waarom eigenlijk? Je had toch ook gewoon een achtertuin?
Peter: [laughs] Nou, een achtertuin van drie bij vier meter in de Utrechtse binnenstad, dat kun je nauwelijks een tuin noemen. Daar past net een tafel en twee stoelen in. Maar de echte reden... tja, ik werkte destijds in het onderwijs. De hele dag praten, vergaderen, drukte om me heen. Ik merkte dat ik behoefte had aan stilte. En vooral aan... hoe zeg ik dat... iets tastbaars. Iets doen met mijn handen. Mijn vader had vroeger ook een moestuin, dus het zat misschien ook wel een beetje in de genen.
Ruben: Dus je wilde gewoon met je voeten in de modder staan. En toen je daar destijds begon, hoe zag die wereld eruit? Wie waren je buren op het complex?
Peter: Oh, dat was echt een andere wereld dan nu. Het was heel volks, heel gemoedelijk. Mijn buurman Henk, die helaas is overleden, was een gepensioneerde stratenmaker. Hij verbouwde alleen maar aardappels, uien en boerenkool. Geen fratsen. De sfeer was: we helpen elkaar, we drinken op zaterdagmiddag een pilsje in het clubhuis, en we bemoeien ons niet te veel met elkaar. Het was echt een toevluchtsoord voor de arbeidersklasse, als ik dat zo mag noemen. Een plek waar je goedkoop je eigen eten kon verbouwen.
Ruben: Ja, dat klinkt heel nuchter en overzichtelijk. Maar tegenwoordig is er een enorme run op die tuintjes. Wie melden zich nu aan bij de vereniging?
Peter: Nou, dat is dus de grote omslag. Als ik nu over het pad loop, zie ik jonge gezinnen, dertigers uit de creatieve sector, IT-specialisten... Mensen met bakfietsen en dure zonnebrillen. Ze willen geen saaie aardappels verbouwen, nee, ze willen biologische palmkool, vergeten groenten, eetbare bloemen. En hun tuinhuisjes zien er soms uit alsof ze rechtstreeks uit een designmagazine komen. Prachtig hoor, begrijp me niet verkeerd, maar het is wel een heel andere dynamiek.
Ruben: Oké, dus de doelgroep is veranderd van de praktische arbeider naar de hippe stedeling. Maar botst dat dan ook? Of gaan die twee werelden goed samen?
Peter: Nou... [sighs] het botst soms wel een beetje, ja. Kijk, een volkstuinvereniging draait op vrijwilligers. We moeten samen de paden onderhouden, de heg knippen, het clubhuis schoonmaken. En daar zie je een cultuurverschil. De oude garde is gewend om gewoon de handen uit de mouwen te steken. Zaterdagmorgen om acht uur paraat met de schoffel. De nieuwe generatie... die heeft het druk. Die willen wel meedoen, maar dan moet het gepland worden via een app, of ze hebben net dat weekend een yogaretraite. Dat wekt soms irritatie op.
Ruben: Ah, de bekende agendacultuur versus de spontane aanpak. En hoe lossen jullie dat op? Want je wilt natuurlijk ook geen ruzie op zo'n vredige plek.
Peter: Klopt, we proberen te polderen, hè. Dat is ook typisch Nederlands. We hebben nu bijvoorbeeld klusdagen op verschillende momenten in de week gepland, zodat ook de mensen met een drukke baan hun steentje kunnen bijdragen. Maar het gaat dieper dan alleen de klusdagen. Het gaat ook over de esthetiek. De reglementen van onze vereniging zijn streng. Je mag bijvoorbeeld maar een bepaald percentage van je tuin bestraten, en je tuinhuisje mag niet te hoog zijn. Sommige nieuwe leden vinden die regels ouderwets en betuttelend. Die willen maximale vrijheid.
Ruben: Hm, ja, dat herken ik wel. We willen in Nederland alles heel strak regelen, maar we willen zelf ook de regie houden. Is die regeltjescultuur op de tuin echt nodig, denk je?
Peter: Absoluut. Als je geen regels stelt, dan verandert zo'n complex binnen de kortste keren in een camping met schuttingen en loungesets. Het idee van een volkstuin is juist dat het een groen, open landschap blijft. Een plek voor biodiversiteit. Als iedereen zijn tuin vollegt met siertegels en een buitenkeuken neerzet, dan is het idee van een moestuin weg. Dus ja, ik verdedig die regels wel, hoewel ik soms ook wel eens zucht als we weer een discussie hebben over de toegestane hoogte van een tomatenkas.
Ruben: Dus je zit er eigenlijk een beetje tussenin. Je begrijpt de nostalgie van vroeger, maar je ziet ook de waarde van de nieuwe wind die er waait. Wat brengt die nieuwe generatie eigenlijk voor positiefs?
Peter: Heel veel energie en creativiteit! Ze introduceren fantastische nieuwe technieken, zoals permacultuur en 'no-dig' tuinieren, waarbij je de bodem niet omspit om het bodemleven te sparen. Daar leer ik ook weer van. En ze organiseren leuke dingen, zoals een oogstfeest met biologische pizza's uit een zelfgebouwde klei-oven. Dat brengt leven in de brouwerij. Het is niet meer zo grijs en stil als vroeger. Het leeft enorm.
Ruben: Dat klinkt eigenlijk als een heel mooie kruisbestuiving. Maar hoe zit het met die wachtlijsten? Vijftien jaar wachten... dat is bijna alsof je je inschrijft voor een sociale huurwoning. Is dat niet frustrerend voor jonge mensen die nu groen willen?
Peter: Dat is verschrikkelijk. Het is echt een luxeprobleem geworden. Sommige mensen schrijven hun kinderen al in als ze tien zijn, bij wijze van spreken. Het laat zien hoe groot de behoefte is aan ontsnapping uit de drukte. We proberen als vereniging wel te kijken naar oplossingen, zoals het splitsen van tuinen. Als een tuin vrijkomt, maken we er soms twee kleinere tuintjes van. Zo kunnen we twee keer zoveel mensen blij maken. Want tja, tachtig vierkante meter is voor een beginner vaak al meer dan genoeg werk.
Ruben: Ja, dat kan ik me voorstellen. Moestuinieren is tenslotte ook gewoon hard werken. Het is niet alleen maar in een hangmat liggen met een glas wijn.
Peter: [laughs] Nou, inderdaad! Dat vergeten mensen wel eens. In de lente en zomer moet je er echt minimaal drie keer per week naartoe om water te geven, onkruid te wieden en te oogsten. Als je dat niet doet, groeit de boel binnen twee weken helemaal dicht. Ik heb genoeg mensen gezien die vol enthousiasme begonnen en na één seizoen met rugpijn de handdoek in de ring gooiden.
Ruben: Je moet er dus wel echt liefde voor hebben. Peter, we naderen het einde van ons gesprek. Wat zou je onze luisteraars, die misschien ook dromen van groene vingers of gewoon een rustiger leven, willen meegeven?
Peter: Ik zou willen zeggen: begin klein. Je hebt geen vijftien jaar op een wachtlijst te staan om te ervaren hoe leuk het is om iets te zien groeien. Koop een paar potten voor op je balkon of zet wat kruiden in je vensterbank. Het gaat om die connectie met de natuur, hoe klein ook. En als je wel die tuin krijgt: heb geduld. Niet alles hoeft meteen de eerste zomer perfect te zijn. Laat de natuur een beetje haar gang gaan, en geniet vooral van het proces, niet alleen van de oogst.
Ruben: Mooie woorden om mee af te sluiten. Dank je wel voor dit inkijkje in jouw groene oase, Peter.
Peter: Heel graag gedaan, Ruben.
Ruben: Dit was TalkDutch voor vandaag. Heb je ook zin gekregen om met je handen in de aarde te wroeten, of wil je dit gesprek gewoon nog eens rustig nalezen? Het hele transcript van deze aflevering vind je gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!