Tussen sluizen en schermen: het leven van een sluiswachter
Leggi insieme (trascrizione)
Ruben: Dirk, sta je nog weleens met een zwengel in je hand een zware houten sluisdeur open te draaien, of zit je tegenwoordig vooral achter een muur van beeldschermen?
Dirk: [laughs] Nou, allebei eigenlijk! Maar de tijd van de koperen toeter en de houten klomp aan een hengeltje om het sluisgeld te innen, die is wel echt voorbij.
Ruben: Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met Dirk, drieënvijftig jaar, en al ruim twintig jaar sluiswachter in de provincie Utrecht. We gaan het hebben over de romantiek en de harde realiteit van werken op het water, en hoe digitalisering zijn vak compleet heeft veranderd. Dirk, als mensen aan een sluiswachter denken, zien ze vaak een idyllisch plaatje voor zich. Een man op een bankje in de zon, pijpje erbij, af en toe een praatje met een voorbijganger. Klopt dat beeld nog een beetje?
Dirk: Goh, in de winter absoluut niet, en in de zomer is het vooral keihard werken. Maar ik snap die romantiek wel. Het heeft ook iets magisch. Je bent buiten, je werkt met de elementen, met water dat altijd in beweging is. Alleen is het idee van die rustige man op dat bankje wel achterhaald. Tegenwoordig bedienen we vanaf een centrale post soms wel twintig sluizen en bruggen tegelijkertijd, kilometers verderop, met behulp van camera’s en sensoren.
Ruben: Twintig tegelijk? Dat klinkt eerder als de verkeerstoren van Schiphol dan als een rustige dag aan het water. Mis je dat fysieke contact met de schippers dan niet?
Dirk: Ja, enorm. Dat is ook meteen de spanning in mijn werk van nu. Als ik op de centrale post zit, kijk ik naar zestien schermen. Ik zie schepen als stipjes en camerabeelden in lage resolutie. Maar je mist de geur van de diesel, het geluid van de klotsende golven tegen de kade, en vooral: de blik in de ogen van de schipper. Soms zie ik op een scherm dat iemand aarzelt bij het binnenvaren van de sluis. Maar op afstand kun je moeilijk even over de reling hangen en roepen: 'Rustig maar joh, geef maar een lijntje, ik help je wel.' Dat persoonlijke is er wel een beetje vanaf.
Ruben: En waarom is dat persoonlijke zo belangrijk? Het gaat er toch gewoon om dat die schepen van A naar B komen?
Dirk: Nou, dat zou je denken, maar waterwegen zijn geen snelwegen. Er zit een heel andere dynamiek achter. Vooral in de zomer, als de zogenaamde 'pleziervaart' losbarst. Mensen die één week per jaar een boot huren en werkelijk geen idee hebben wat ze doen. Die varen dan met knikkende knieën zo'n sluis in. Een sluis is voor hen een soort betonnen stressbox. En als de sluisdeuren dan sluiten, slaat de paniek soms toe. Partners die tegen elkaar beginnen te schreeuwen, boten die dwars komen te liggen... Op zo'n moment moet je als sluiswachter eigenlijk meer psycholoog zijn dan techneut.
Ruben: [laughs] Serieus? Heb je weleens een relatie gered in de sluis?
Dirk: Nou, dat is misschien wat overdreven, maar ik heb wel regelmatig mensen gekalmeerd. Ik herinner me een zomerdag, bloedheet, de sluis lag stampvol met jachtjes. Een man achter het roer was wild aan het gebaren naar zijn vrouw op het voordek. Zij moest een landvast om een bolder leggen, maar dat mislukte steeds. Hij werd echt woedend. Toen heb ik de microfoon gepakt en heel rustig door de luidspreker gezegd: 'Meneer, haal eens diep adem. Uw vrouw doet geweldig haar best en we hebben alle tijd. De sluis loopt niet weg.'
Ruben: Wat goed. En hoe reageerde hij?
Dirk: Het bleef even heel stil op de boot. Toen zag je die man zijn schouders laten zakken. Hij knikte een keer naar mij, bood zijn excuses aan zijn vrouw aan en de rust keerde terug. Dat zijn de momenten dat ik geniet van mijn vak. Je lost een situatie op met communicatie, niet met knoppen. Maar ja, als ik die sluis op afstand had bediend, had ik dat waarschijnlijk niet eens gehoord of gezien. Dan zie je alleen een bootje dat niet goed ligt.
Ruben: Precies, dan mis je de context. Maar is die centralisatie dan wel een goede ontwikkeling? Waarom doen we dat eigenlijk?
Dirk: Het is natuurlijk een kwestie van efficiëntie en geld. Het is veel goedkoper om één centralist te betalen die meerdere sluizen bedient, dan op elke sluis fysiek iemand neer te zetten. En eerlijk is eerlijk, voor de beroepsvaart is het vaak ook sneller. Die vrachtschepen willen gewoon doorvaren. Die hebben geen behoefte aan een praatje, die willen dat de lichten op groen springen zodra ze in de buurt komen. Dus ik begrijp het wel. Maar we moeten oppassen dat we de menselijke maat niet helemaal verliezen.
Ruben: En hoe zit het met de veiligheid? Een computer of een camera kan toch ook dingen over het hoofd zien?
Dirk: Absoluut. Dat is mijn grootste zorg. Een camera heeft dode hoeken. En sensoren kunnen storingen hebben. Ik heb weleens meegemaakt dat een klein zeilbootje net buiten het zicht van de camera lag te wachten. Als je dan op de knop drukt om de deuren te sluiten... Nou, dat kan levensgevaarlijk zijn. Je moet echt een soort zintuig ontwikkelen voor wat er niet op je scherm te zien is. Een soort intuïtie. Je kijkt naar de rimpeling in het water, of naar hoe vogels plotseling opvliegen. Dat vertelt je vaak meer dan een sensor.
Ruben: Wat fascinerend. Dat je dus eigenlijk de natuur leest om je werk goed te kunnen doen.
Dirk: Ja, zo is het maar net. En dat leer je niet uit een handleiding op de computer. Dat leer je door jarenlang met je voeten in de klei — of nou ja, op de sluiskade — te staan.
Ruben: Als je nu terugkijkt op die twintig jaar, wat is dan het mooiste seizoen om op de sluis te werken?
Dirk: [sighs] De herfst. Zonder twijfel. De hectiek van de zomer is dan voorbij. De toeristen zijn weg en de rust keert terug op het water. Als je dan 's ochtends vroeg begint en de mist hangt nog laag over het water... Je hoort alleen het zachte brommen van een naderend vrachtschip in de verte. Dat heeft een enorme sereniteit. Het water is dan weer van ons, van de mensen die er echt op leven en werken. Dat geeft een heel diep gevoel van verbondenheid met de geschiedenis van ons land. Nederland is tenslotte gebouwd op en rond het water.
Ruben: Prachtig omschreven. Het herinnert ons eraan hoe nauw onze cultuur verbonden is met die waterwegen. Dirk, tot slot: wat zou je onze luisteraars, die misschien zelf weleens op het water te vinden zijn, willen meegeven?
Dirk: Eigenlijk heel simpel: heb een beetje geduld en respect voor elkaar. Op het water gelden andere wetten dan op de weg. Haast bestaat daar niet, of zou in elk geval niet moeten bestaan. En als je een sluis nadert, kijk dan even omhoog naar de sluiswachter. Een vriendelijke zwaai of een bedankje maakt onze dag echt een stuk leuker, of we nu fysiek op de sluis staan of achter een scherm in een kantoorpand zitten. We doen het uiteindelijk voor jullie veilige doorvaart.
Ruben: Een heel mooi pleidooi voor wat meer rust en vriendelijkheid op het water. Dirk, ontzettend bedankt voor dit openhartige gesprek en voor je mooie verhalen.
Dirk: Graag gedaan, Ruben. Het was me een genoegen.
Ruben: En voor de luisteraars thuis: bedankt voor het luisteren naar TalkDutch. Wil je meelezen tijdens het luisteren? Het transcript staat gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!