Salta al contenuto principale

Reizen met het OV: Tegenwoordige Tijd

Reizen met het OV: Tegenwoordige Tijd A2
Ik
vaak met de bus naar mijn werk. (reizen)

Spesso viaggio in autobus per andare al lavoro.

De bus
altijd bij de grote halte. (stoppen)

L'autobus si ferma sempre alla grande fermata.

Veel mensen
daar op de volgende bus of tram. (wachten)

Molte persone aspettano lì il prossimo autobus o tram.

Mijn vriendin
haar digitale kaartje via een app. (kopen)

La mia amica compra il suo biglietto digitale tramite un'app.

Wij
samen in de tram richting het centrum. (stappen)

Saliamo insieme sul tram in direzione del centro.

De chauffeur
voorzichtig door de drukke straten. (rijden)

L'autista guida con attenzione per le strade trafficate.

De reizigers
zachtjes met elkaar. (praten)

I passeggeri parlano a bassa voce tra loro.

Ik
graag naar de gebouwen buiten. (kijken)

Mi piace guardare gli edifici all'esterno.

De tram
bijna aan bij onze halte. (komen)

Il tram sta quasi arrivando alla nostra fermata.

Alle passagiers
zich klaar om uit te stappen. (maken)

Tutti i passeggeri si preparano a scendere.