Overslaan en naar de inhoud gaan

Bij de apotheek

Luisteren A1 Een man haalt zijn medicijnen op bij de apotheek.

Apotheker: Goedemiddag. Wat is uw geboortedatum?

Klant: Goedemiddag. Mijn geboortedatum is drie mei, negentien tachtig.

Apotheker: Dank u wel. Zoekt u medicijnen voor de buik?

Klant: Nee, ik heb medicijnen voor mijn hoofdpijn nodig.

Apotheker: Ja, ik zie het. Hier zijn de tabletten. Neem er elke dag één met water.

Klant: Dank u wel. Tot ziens.

Apotheker: Tot ziens!

1. Waar is de man?
2. Wat is de geboortedatum van de man?
3. Waarvoor heeft de man medicijnen nodig?
4. Wat krijgt de man van de apotheker?
5. Hoeveel tabletten moet de man elke dag innemen?