← Terug naar overzicht Tegenwoordige tijd B1 Ik Leeg 1 vandaag nieuwe bloemen in de tuin. (planten) Jij Leeg 2 een boek op het zonnige balkon. (lezen) Hij Leeg 3 blij met zijn moestuin. (zijn) Wij Leeg 4 genoeg water voor de planten. (hebben) Jullie Leeg 5 van de avondzon op het balkon. (genieten) Zij Leeg 6 later barbecueën in de tuin. (gaan) Ik Leeg 7 vaak tot rust op mijn balkon. (komen) Wat Leeg 8 jij met al die kruidenplanten? (doen) Zij Leeg 9 goed voor haar rozen zorgen. (kunnen) Wij Leeg 10 samen de planten op het dakterras. (verzorgen) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht