← Terug naar overzicht Tegenwoordige tijd B1 Ik Leeg 1 de tent op voor onze vakantie. (zetten) Jij Leeg 2 heel vroeg wakker vandaag op het park. (zijn) Hij Leeg 3 elke middag in het zwembad. (zwemmen) Zij Leeg 4 altijd een grote glimlach op haar gezicht hier. (hebben) Wij Leeg 5 vanavond barbecueën bij onze caravan. (gaan) Jullie Leeg 6 de kinderdisco bezoeken om 19:00 uur. (kunnen) De kinderen Leeg 7 in de speeltuin naast het restaurant. (spelen) Het Leeg 8 nu, dus we blijven lekker in de bungalow. (regenen) Wat Leeg 9 u vanmiddag op het park, meneer De Vries? (doen) Ik Leeg 10 zo bij de receptie voor de wifi-code. (komen) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht