Overslaan en naar de inhoud gaan

Tegenwoordige Tijd: Op de Camping

Tegenwoordige tijd B1
Ik
de tent op voor onze vakantie. (zetten)
Jij
heel vroeg wakker vandaag op het park. (zijn)
Hij
elke middag in het zwembad. (zwemmen)
Zij
altijd een grote glimlach op haar gezicht hier. (hebben)
Wij
vanavond barbecueën bij onze caravan. (gaan)
Jullie
de kinderdisco bezoeken om 19:00 uur. (kunnen)
De kinderen
in de speeltuin naast het restaurant. (spelen)
Het
nu, dus we blijven lekker in de bungalow. (regenen)
Wat
u vanmiddag op het park, meneer De Vries? (doen)
Ik
zo bij de receptie voor de wifi-code. (komen)