← Terug naar overzicht Werkwoorden in de tegenwoordige tijd bij de kapper A2 Ik Leeg 1 vandaag een afspraak bij de kapper. (hebben) De kapper Leeg 2 altijd op tijd. (beginnen) Eerst Leeg 3 zij mijn haar met shampoo. (wassen) Daarna Leeg 4 ze wat voor kapsel ik wil. (vragen) Ik Leeg 5 haar dat ik de puntjes wil knippen. (vertellen) Zij Leeg 6 mijn haar heel voorzichtig. (knippen) Na het knippen Leeg 7 ze het droog. (föhnen) Mijn haar Leeg 8 nu heel zacht aan. (voelen) Vaak Leeg 9 ik de kapper een kleine fooi. (geven) Ik Leeg 10 altijd blij met het resultaat. (zijn) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht