← Terug naar overzicht Reizen met het OV: Tegenwoordige Tijd A2 Ik Leeg 1 vaak met de bus naar mijn werk. (reizen) De bus Leeg 2 altijd bij de grote halte. (stoppen) Veel mensen Leeg 3 daar op de volgende bus of tram. (wachten) Mijn vriendin Leeg 4 haar digitale kaartje via een app. (kopen) Wij Leeg 5 samen in de tram richting het centrum. (stappen) De chauffeur Leeg 6 voorzichtig door de drukke straten. (rijden) De reizigers Leeg 7 zachtjes met elkaar. (praten) Ik Leeg 8 graag naar de gebouwen buiten. (kijken) De tram Leeg 9 bijna aan bij onze halte. (komen) Alle passagiers Leeg 10 zich klaar om uit te stappen. (maken) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht