← Terug naar overzicht Een middag op het balkon: Tegenwoordige tijd A2 De zon Leeg 1 lekker op mijn balkon. (schijnen) Ik Leeg 2 de balkondeur wijd. (openen) Mijn buurvrouw Leeg 3 de was op. (hangen) De kat van de buren Leeg 4 te slapen. (liggen) Ik Leeg 5 mijn kopje koffie op tafel. (zetten) Een bij Leeg 6 rond de bloemen. (vliegen) Ik Leeg 7 een boek in de zon. (lezen) Mijn telefoon Leeg 8 plotseling af. (gaan) Ik Leeg 9 de telefoon op. (nemen) Het Leeg 10 een vriendin die belt. (zijn) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht