← Terug naar overzicht Luisteren B1 Een gesprek bij de apotheek over het ophalen van een nieuw recept voor bloeddrukmedicijnen en de uitleg daarover. Lees mee (transcript)Apothekersassistent: Goedemiddag, meneer Jansen. Wat kan ik voor u doen? Meneer Jansen: Goedemiddag. Ik kom mijn nieuwe medicijnen voor de bloeddruk ophalen. Mijn huisarts heeft gisteren een recept gestuurd. Apothekersassistent: Ja, ik zie het hier in de computer staan. Ik pak ze er even bij... Alstublieft. Het is een ander merk dan u gewend bent, maar de werkzame stof is precies hetzelfde. Meneer Jansen: Oh, is het weer veranderd? Waarom is dat eigenlijk? De vorige werkten prima. Apothekersassistent: Dat begrijp ik, maar uw zorgverzekeraar vergoedt dit merk nu volledig. Als u het oude merk wilt, moet u zelf bijbetalen. Meneer Jansen: Ah, op die manier. Nou, als de werking hetzelfde is, vind ik dit merk ook prima. Hoe moet ik ze precies innemen? Apothekersassistent: U neemt één tablet per dag, het liefst 's ochtends tijdens het ontbijt met een glas water. Het is belangrijk dat u dit elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip doet. Meneer Jansen: Duidelijk. Zijn er nog bijwerkingen waar ik op moet letten? Apothekersassistent: In het begin kunt u een beetje duizelig worden als u snel opstaat. Dat gaat meestal na een paar dagen over. Meneer Jansen: Goed om te weten. Dank u wel voor de duidelijke uitleg. Apothekersassistent: Graag gedaan. Fijne dag nog, meneer Jansen. 1. Waarom krijgt meneer Jansen een ander merk medicijnen? A. Omdat zijn huisarts dit specifieke merk heeft voorgeschreven. B. Omdat zijn zorgverzekeraar dit merk helemaal vergoedt. C. Omdat het oude merk niet meer wordt gemaakt. 2. Wanneer moet meneer Jansen de tablet innemen? A. 's Ochtends tijdens het ontbijt. B. 's Avonds voor het slapengaan. C. Twee keer per dag bij de maaltijd. 3. Wat adviseert de assistent over het tijdstip van inname? A. Hij moet de tablet elke dag rond dezelfde tijd innemen. B. Het maakt niet uit hoe laat hij de tablet inneemt, als het maar met water is. C. Hij moet de tablet direct na het opstaan op een lege maag innemen. 4. Welke bijwerking kan meneer Jansen in het begin verwachten? A. Hij kan last krijgen van zijn maag door het ontbijt. B. Hij kan zich een beetje duizelig voelen bij snel opstaan. C. Hij kan erg moe worden in de middag. 5. Hoe reageert meneer Jansen op de verandering van het merk? A. Hij weigert de nieuwe medicijnen en wil de oude kopen. B. Hij vindt het geen probleem, zolang het medicijn maar hetzelfde werkt. C. Hij veut eerst met zijn huisarts overleggen over de verandering. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht