← Terug naar overzicht Luisteren A2 Een man haalt medicijnen op voor zijn vrouw bij de apotheek. Lees mee (transcript)Assistente: Goedemiddag, kan ik u helpen? Meneer Bakker: Ja, ik kom medicijnen ophalen voor mijn vrouw. Haar naam is Els Bakker. Assistente: Wat is haar geboortedatum? Meneer Bakker: Twaalf mei, negentien-zesenzestig. Assistente: Klopt. Dit medicijn moet zij twee keer per dag innemen, tijdens het eten. Meneer Bakker: Moet zij er ook bij drinken? Assistente: Ja, neem het in met een glas water. 1. Voor wie haalt de man medicijnen op? A. Voor zichzelf. B. Voor zijn vrouw. C. Voor zijn dochter. 2. Wat is de geboortedatum van de vrouw? A. 12 mei 1966. B. 12 maart 1966. C. 20 mei 1966. 3. Hoe vaak per dag moet de vrouw het medicijn innemen? A. Eén keer per dag. B. Twee keer per dag. C. Drie keer per dag. 4. Wanneer moet de vrouw het medicijn innemen? A. Vóór het slapen gaan. B. In de ochtend, voor het ontbijt. C. Tijdens het eten. 5. Waarmee moet de vrouw het medicijn innemen? A. Met een glas water. B. Met een glas melk. C. Met een kop thee. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht