← Terug naar overzicht Luisteren B1 Een reiziger belt de NS klantenservice om te vragen naar een rugzak die hij in de trein heeft laten liggen. Lees mee (transcript)NS Klantenservice: Goedemiddag, u spreekt met de NS klantenservice. Wat kan ik voor u doen? Reiziger: Goedemiddag. Ik ben vanmorgen mijn rugzak vergeten in de trein van Utrecht naar Amsterdam. Er zaten belangrijke spullen in. NS Klantenservice: Wat vervelend voor u. We gaan direct kijken. Weet u nog hoe laat die trein vertrok en in welke wagon u zat? Reiziger: Ja, de trein vertrok rond negen uur uit Utrecht. Ik zat in de tweede klas, in een stiltecoupé bovenin de dubbeldekker. NS Klantenservice: Helder. En kunt u de rugzak omschrijven? Welke kleur heeft hij bijvoorbeeld? Reiziger: Het is een donkerblauwe rugzak van het merk Eastpak. Er zit een laptop in en een rode drinkfles aan de zijkant. NS Klantenservice: Dank u wel. Ik zie in ons systeem dat er zojuist een soortgelijke tas is gevonden op station Amsterdam Centraal. Reiziger: Wat een opluchting! Kan ik de tas daar vandaag nog ophalen? NS Klantenservice: Ja, dat kan. U moet wel uw identiteitsbewijs meenemen en het formulier voor verloren voorwerpen op onze website invullen. Dan krijgt u een ophaalcode. Reiziger: Dat ga ik meteen doen. Hartelijk dank voor de snelle hulp! NS Klantenservice: Graag gedaan en nog een fijne dag! 1. Waarom belt de reiziger met de NS klantenservice? A. Omdat hij een klacht heeft over de vertraging van de trein. B. Omdat hij zijn tas is kwijtgeraakt in de trein. C. Omdat hij een ticket wil kopen voor de trein naar Amsterdam. 2. Waar in de trein zat de reiziger? A. In de eerste klas, onderin de dubbeldekker. B. In een normale wagon van de tweede klas. C. In de stiltecoupé van de tweede klas, bovenin. 3. Hoe ziet de rugzak van de reiziger eruit? A. Het is een zwarte rugzak met een rode laptop erin. B. Het is een donkerblauwe rugzak met een rode drinkfles aan de zijkant. C. Het is een rode rugzak met een laptop erin. 4. Wat moet de reiziger doen om zijn tas op te halen? A. Hij moet zijn identiteitsbewijs meenemen en online een formulier invullen. B. Hij moet direct naar Amsterdam Centraal gaan en contant geld betalen. C. Hij moet bellen naar het station in Utrecht om een afspraak te maken. 5. Wat is de toon van de NS-medewerker tijdens het gesprek? A. Gehaast en onvriendelijk. B. Neutraal en zakelijk, maar onbehulpzaam. C. Vriendelijk en behulpzaam. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht