← Terug naar overzicht Luisteren A1 Een klant koopt een warme jas in een kledingwinkel. Lees mee (transcript)Winkelmedewerker: Hallo, kan ik u helpen? Klant: Ja, ik zoek een warme jas. Winkelmedewerker: Deze blauwe jas is erg warm. Klant: Wat kost de blauwe jas? Winkelmedewerker: De jas kost vijftig euro. Klant: Die is mooi. Ik neem hem. 1. Wat zoekt de man? A. Een warme jas B. Een warme broek C. Een goedkoop shirt 2. Welke kleur heeft de jas? A. Rood B. Blauw C. Zwart 3. Wat kost de jas? A. 15 euro B. 40 euro C. 50 euro 4. Waarom wil de man deze jas? A. Hij vindt de jas mooi en de jas is warm. B. Hij heeft helemaal geen jas. C. Zijn oude jas is kapot. 5. Wat doet de man aan het einde? A. Hij koopt de jas. B. Hij zoekt verder in een andere winkel. C. Hij gaat zonder jas naar huis. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht