← Terug naar overzicht Luisteren A1 Een man wil twee boeken lenen bij de balie van de bibliotheek. Lees mee (transcript)Medewerker: Goedemorgen. Kan ik u helpen? Peter: Ja, graag. Ik wil deze twee boeken lenen. Medewerker: Dat kan. Heeft u een bibliotheekpas? Peter: Ja, alstublieft. Hier is de pas. Medewerker: Dank u. De boeken moeten over drie weken terug. Peter: Prima, dank u wel. Fijne dag! Medewerker: Graag gedaan. Tot ziens! 1. Wat wil de man doen? A. Boeken kopen. B. Boeken lenen. C. Boeken brengen. 2. Hoeveel boeken wil de man lenen? A. Één boek. B. Twee boeken. C. Drie boeken. 3. Wat geeft de man aan de medewerker? A. Zijn bibliotheekpas. B. Zijn geld. C. Zijn paspoort. 4. Wanneer moeten de boeken terug? A. Over drie dagen. B. Over twee weken. C. Over drie weken. 5. Waar is de man? A. In de winkel. B. In de bibliotheek. C. Op school. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht