← Back to overview Luisteren A1 Een vrouw vraagt de weg naar het station aan een man op straat. Lees mee (transcript)Sophie: Pardon, waar is het station?Meneer: Het station is dichtbij. Loop rechtdoor.Sophie: En daarna? Links of rechts?Meneer: Bij de supermarkt gaat u rechts.Sophie: Dank u wel!Meneer: Graag gedaan. Fijne dag! 1. Wat zoekt de vrouw? A. Het station. B. Een bakker. C. De bus. 2. Is het station ver weg? A. Ja, het is heel ver. B. Nee, het is dichtbij. C. Dat weet de man niet. 3. Wat moet de vrouw eerst doen? A. Naar links gaan. B. Rechtdoor lopen. C. Wachten op de bus. 4. Wat staat er op de hoek waar de vrouw rechts moet? A. Een supermarkt. B. Een school. C. Een bibliotheek. 5. Wat zegt de man op het laatst? A. Goedemorgen. B. Tot ziens. C. Fijne dag. Next exercise → ← Terug naar overzicht