Skip to main content

Werkwoorden in de garage (Tegenwoordige Tijd)

Tegenwoordige tijd B1
Ik
altijd hier, want de benzine is goedkoop. (tanken)

I always fill up here, because the gasoline is cheap.

jij de banden even bij, alsjeblieft? (Vullen)

Could you please top up the tires?

De monteur
nu met mijn auto bezig. (zijn)

The mechanic is working on my car now.

Mijn vrouw
de auto morgen naar de garage voor een beurt. (brengen)

My wife is taking the car to the garage tomorrow for a service.

Wij
echt de olie laten verversen. (moeten)

We really need to have the oil changed.

jullie contant of met de kaart? (Betalen)

Do you pay in cash or by card?

De monteurs
het erg druk vandaag. (hebben)

The mechanics are very busy today.

Ik
de bon niet vinden. (kunnen)

I can't find the receipt.

Jij
hier terwijl ik de auto parkeer. (wachten)

You wait here while I park the car.

De motor
raar sinds gisteren. (doen)

The engine has been acting strange since yesterday.