Skip to main content

Tegenwoordige Tijd: In de Tuin of op het Balkon

Tegenwoordige tijd B1
Ik
vandaag nieuwe bloemen in de tuin. (planten)

I am planting new flowers in the garden today.

Jij
een boek op het zonnige balkon. (lezen)

You are reading a book on the sunny balcony.

Hij
blij met zijn moestuin. (zijn)

He is happy with his vegetable garden.

Wij
genoeg water voor de planten. (hebben)

We have enough water for the plants.

Jullie
van de avondzon op het balkon. (genieten)

You are enjoying the evening sun on the balcony.

Zij
later barbecueën in de tuin. (gaan)

They will barbecue in the garden later.

Ik
vaak tot rust op mijn balkon. (komen)

I often find peace on my balcony.

Wat
jij met al die kruidenplanten? (doen)

What are you doing with all those herb plants?

Zij
goed voor haar rozen zorgen. (kunnen)

She can take good care of her roses.

Wij
samen de planten op het dakterras. (verzorgen)

Together we take care of the plants on the roof terrace.