Skip to main content

Voltooid Tegenwoordige Tijd: Markt & Bakker

Voltooid Tegenwoordige Tijd: Markt & Bakker B1
Ik heb brood
. (kopen)

I bought bread.

Zij heeft met haar pas
. (betalen)

She paid with her card.

Wij hebben de kaas
. (proeven)

We tasted the cheese.

Hij heeft zijn portemonnee
. (vergeten)

He forgot his wallet.

Zij hebben een taart
. (bestellen)

They ordered a cake.

De marktkoopman heeft alle appels al
. (verkopen)

The market vendor has already sold all the apples.

De bakker heeft verse croissants
. (voorbereiden)

The baker prepared fresh croissants.

Ik heb mijn buurman net bij de groentekraam
. (zien)

I just saw my neighbor at the greengrocer's stall.

Jij hebt mooie bloemen
. (uitkiezen)

You chose beautiful flowers.

De kinderen hebben alle aardbeien
. (opeten)

The children ate all the strawberries.