← Back to overview Voltooid Tegenwoordige Tijd: Markt & Bakker B1 Ik heb brood Blank 1 . (kopen) I bought bread.Zij heeft met haar pas Blank 2 . (betalen) She paid with her card.Wij hebben de kaas Blank 3 . (proeven) We tasted the cheese.Hij heeft zijn portemonnee Blank 4 . (vergeten) He forgot his wallet.Zij hebben een taart Blank 5 . (bestellen) They ordered a cake.De marktkoopman heeft alle appels al Blank 6 . (verkopen) The market vendor has already sold all the apples.De bakker heeft verse croissants Blank 7 . (voorbereiden) The baker prepared fresh croissants.Ik heb mijn buurman net bij de groentekraam Blank 8 . (zien) I just saw my neighbor at the greengrocer's stall.Jij hebt mooie bloemen Blank 9 . (uitkiezen) You chose beautiful flowers.De kinderen hebben alle aardbeien Blank 10 . (opeten) The children ate all the strawberries. Next exercise → ← Terug naar overzicht