← Alle oefeningen Co kupujesz na targu? Tegenwoordige tijd B1 Vandaag Blank 1 de markt]. Dziś idę [na targ].Ik Blank 2 wat Blank 3 en Blank 4 kopen. Chcę kupić trochę chleba i sera. Blank 5 Blank 6 je vandaag kopen? Co chcesz kupić dzisiaj? Volgende oefening → ← Alle oefeningen