Mevrouw Bakker: Hallo, met mevrouw Bakker van nummer twaalf. Mijn kraan in de keuken lekt.
Huismeester: Goedemorgen, mevrouw Bakker. Lekt de kraan heel erg?
Mevrouw Bakker: Ja, er ligt veel water op de grond. Ik ben bang voor schade.
Huismeester: Ik begrijp het. Ik kom vanmiddag om twee uur bij u langs. Is dat goed?
Mevrouw Bakker: Ja, dat is fijn. Ik ben dan thuis. Dank u wel!
Huismeester: Tot vanmiddag, mevrouw Bakker. Dag.