De derde helft: Leven in de sportkantine met Albert
Czytaj razem (transkrypt)
Femke: Albert, is de derde helft eigenlijk belangrijker dan de wedstrijd zelf?
Albert: [laughs] Nou Femke, als ik de gezichten in de kantine zie na een verlies van 4-0... dan denk ik van wel, ja! Met een broodje bal en een biertje is iedereen de nederlaag snel weer vergeten.
Femke: Welkom bij TalkDutch. Ik ben Femke, en vandaag praat ik met Albert. Hij is 62 en al dertig jaar de baas achter de bar bij voetbalclub SV Diemen. Albert, jij bent echt het kloppend hart van de club. Waarom doe je dit eigenlijk al zo lang?
Albert: Ja, hallo Femke. Leuk dat ik er mag zijn. Nou, waarom? Het is eigenlijk heel simpel: de gezelligheid en de mensen. Ik ben er ooit mee begonnen toen mijn zoon begon met voetballen. Hij is inmiddels al lang gestopt, maar ik ben blijven hangen. De kantine is voor mij een soort tweede huiskamer geworden.
Femke: Een tweede huiskamer, wat mooi. En voor de mensen die niet in Nederland zijn opgegroeid: wat is die 'derde helft' precies? Want dat hoor je echt overal bij sportclubs.
Albert: Ah, ja! De derde helft is eigenlijk de tijd ná de wedstrijd. De eerste en de tweede helft sta je op het veld te zweten, of sta je te kijken langs de lijn. En in de derde helft komen we allemaal samen in de kantine. Het maakt dan niet uit of je hebt gewonnen of verloren. We drinken wat, we eten een snack en we praten over de wedstrijd. Of over het leven. Het is het sociale deel van de sport.
Femke: Ja, precies. Het is echt een cultuurdingetje, hè? Ik hoor vaak dat buitenlanders dat heel uniek vinden aan Nederland. Dat verenigingsleven. Wat is jouw rol daarin als barman? Je hoort waarschijnlijk een hoop verhalen.
Albert: Nou, dat kun je wel zeggen! Als barman ben je eigenlijk een soort psycholoog, maar dan met een biertap in je hand. Mensen vertellen me alles. Als het slecht gaat op het werk, of juist als er een baby is geboren. En ik luister gewoon. Soms geef ik een beetje advies, soms maak ik gewoon een grapje om de sfeer erin te houden. Je moet iedereen het gevoel geven dat ze welkom zijn.
Femke: [laughs] Een psycholoog met een biertap, die ga ik onthouden! Maar het is ook hard werken, toch? Zo'n zaterdag is enorm druk. Hoe ziet zo'n dag eruit voor jou?
Albert: Pff, nou, mijn wekker gaat om zeven uur 's ochtends. Om acht uur sta ik op de club. Eerst de koffiemachine aanzetten, want de vroege vogels – de ouders van de kleinste kinderen – hebben echt koffie nodig om wakker te worden. Dan de ranja klaarzetten voor de jeugd. Ranja is een soort zoete siroop met water, dat krijgen de kinderen in de rust. En vanaf een uur of twaalf gaat de frituurpan aan.
Femke: Ah, de frituur! Dat hoort er natuurlijk ook helemaal bij. Wat is de populairste snack in de kantine?
Albert: Zonder twijfel het 'broodje bal'. Dat is een gehaktbal in jus op een zacht wit broodje. We maken ze hier nog zelf, naar het recept van mijn vrouw. Er gaat op een zaterdag makkelijk tachtig man over de vloer die zo'n broodje wil. En daarnaast natuurlijk de friet en de bitterballen. We noemen dat ook wel de 'bruine fruitschaal', als grapje vanwege de kleur van de gefrituurde snacks.
Femke: [laughs] De bruine fruitschaal! Wat grappig. Dat klinkt niet heel gezond, maar wel heel gezellig. Maar Albert, je doet dit allemaal als vrijwilliger. Je krijgt er geen geld voor. Is het niet soms vermoeiend om je vrije zaterdag op te geven?
Albert: Natuurlijk ben ik aan het einde van de dag moe. Mijn voeten doen soms pijn van het staan. Maar wat ik ervoor terugkrijg, is zoveel meer waard dan geld. Het gevoel dat je samen iets opbouwt. Een sportclub in Nederland kan echt niet bestaan zonder vrijwilligers. De trainers, de mensen die de lijnen op het veld kalken, de bestuursleden... we doen het allemaal samen. Het geeft me een doel en heel veel sociale contacten. Ik zou echt niet weten wat ik anders op zaterdag moet doen. Thuis op de bank zitten? Nee, dat is niks voor mij.
Femke: Dat begrijp ik helemaal. Het houdt je jong en actief. Als je nu kijkt naar de toekomst, zie je dan genoeg jonge mensen die dit willen overnemen? Want we horen vaak dat verenigingen het moeilijk hebben om vrijwilligers te vinden.
Albert: Ja, dat is helaas wel een beetje een probleem. De jeugd heeft het druk met studie, werk en sociale media. Ze willen wel sporten, maar minder snel helpen. Maar ik probeer ze altijd te verleiden. Dan zeg ik: "Kom eens een uurtje achter de bar staan, het is hartstikke gezellig en je leert de hele club kennen." En als ze het eenmaal proberen, vinden ze het vaak superleuk. Je moet ze gewoon een beetje warm maken.
Femke: Een slimme aanpak! Albert, we gaan langzaam afronden. Wat is nou de belangrijkste les of de mooiste boodschap die je onze luisteraars wil meegeven? Over dat verenigingsleven of over het leven in het algemeen?
Albert: Nou... ik zou zeggen: stap eens wat vaker uit je eigen bubbel. Ga eens praten met iemand die je niet kent, bijvoorbeeld bij een lokale club. Je zult zien dat achter elk gezicht een mooi verhaal zit. En als je ergens nieuw bent in Nederland: word vrijwilliger! Het is de snelste manier om de taal te leren en vrienden te maken. Je hoeft niet meteen de bar te doen, een uurtje helpt al.
Femke: Wat een prachtige en waardevolle tip. Vrijwilligerswerk als sleutel tot integratie en vriendschap. Albert, heel erg bedankt voor dit fijne gesprek en voor alles wat je doet voor de club.
Albert: Heel graag gedaan, Femke. En je bent altijd welkom voor een broodje bal in Diemen!
Femke: Dat aanbod neem ik zeker aan! En voor de luisteraars: vond je dit een leuk gesprek en wil je alles rustig nalezen? Dat kan gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!