← Terug naar overzicht Luisteren A1 Een klant koopt appels en bananen bij een kraampje op de markt. Lees mee (transcript)Sander: Goedemorgen. Wat wilt u? Fatima: Goedemorgen. Ik wil graag appels. Sander: Deze rode appels? Ze kosten twee euro per kilo. Fatima: Ja, graag. En twee bananen, alstublieft. Sander: Dat is samen drie euro. Fatima: Alstublieft, drie euro. Dank u wel. Sander: Dank u wel en een fijne dag! 1. Wat wil de vrouw kopen? A. Appels en bananen. B. Alleen appels. C. Alleen bananen. 2. Hoeveel kosten de appels per kilo? A. Eén euro. B. Twee euro. C. Drie euro. 3. Hoeveel bananen wil de vrouw? A. Twee bananen. B. Drie bananen. C. Vier bananen. 4. Hoeveel moet de vrouw in totaal betalen? A. Twee euro. B. Drie euro. C. Vijf euro. 5. Waar zijn de man en de vrouw? A. In de supermarkt. B. Op de markt. C. In het café. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht