Przejdź do treści
TalkDutch Podcast B2/C1 20 July 2026 7:47 min

De waarheid op rijm: de traditie van het Sinterklaasgedicht

Posłuchaj tego odcinka
Czytaj razem (transkrypt)

Femke: Waarom is het in Nederland toch zo dat we elkaar pas écht de waarheid durven te vertellen als het op rijm staat? Waarom hebben we die rijmpjes nodig om te zeggen wat we dwarszit?

Femke: Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met Els, drieënvijftig jaar, die al ruim twintig jaar als professioneel Sinterklaasdichter werkt. Zij helpt mensen bij het schrijven van gedichten waarin vaak subtiele, maar scherpe boodschappen verborgen zitten. Dag Els, ontzettend leuk dat je er bent.

Els: Dag Femke, dank je wel. Wat een heerlijk onderwerp om over te praten, zeker nu de winter weer voor de deur staat.

Femke: Ja, want die traditie van het Sinterklaasgedicht... dat is toch eigenlijk iets heel geks als je erover nadenkt? Wij Nederlanders staan erom bekend dat we heel direct zijn. We zeggen vaak gewoon wat we denken. Maar als het om écht persoonlijke irritaties gaat, lijken we plotseling een gedicht nodig te hebben. Hoe verklaar jij dat?

Els: Nou... hoe zal ik het zeggen... We zijn inderdaad direct, maar we houden er ook niet van om de sfeer te verpesten. We willen de harmonie bewaren, zeker binnen de familie. Een directe confrontatie tijdens het avondeten over het feit dat je broer nooit helpt met de afwas, dat voelt te zwaar. Maar als Sinterklaas het opschrijft... tja, dan mag het opeens wel. Het gedicht werkt als een soort sociaal schild. Je kunt kritiek leveren, maar doordat het rijmt en er een humoristische toon in zit, haal je de scherpe randjes eraf.

Femke: [laughs] Een sociaal schild, wat een mooie term. Dus de Sint is eigenlijk een soort therapeut die de moeilijke gesprekken voor ons voert?

Els: Ja, zo kun je het echt zien! Ik krijg in de aanloop naar Sinterklaas de meest uiteenlopende verzoeken. Mensen mailen me dan met verhalen over hun partner, hun kinderen of hun collega's. En de opdrachten zijn soms heel specifiek. "Kun je schrijven dat mijn vader echt eens wat vaker zijn telefoon moet wegleggen?" of "Mijn zus geeft altijd veel te veel geld uit aan onzin, zeg daar eens wat van." Ze huren mij in om de vinger op de zere plek te leggen, maar wel zo dat erom gelachen kan worden.

Femke: Maar hoe zorg je er dan voor dat het niet te pijnlijk wordt? Want er is natuurlijk een dunne grens tussen een grappige plaagstoot en iemand echt kwetsen voor een hele kamer vol familie.

Els: Oh, die grens is inderdaad heel dun. Dat is ook meteen het moeilijkste van mijn vak. Als mensen mij een opdracht geven, moet ik soms echt even doorvraag stellen. Ik vraag dan: "Hoe is de relatie verder? Kan deze persoon tegen een stootje?" Als de spanningen in een familie al heel hoog oplopen, dan adviseer ik altijd om het gedicht juist heel mild en warm te houden. Een Sinterklaasavond moet wel gezellig blijven. Het doel is dat de ontvanger zich gezien voelt, niet dat hij of zij met rode kaken van schaamte in een hoekje wil kruipen.

Femke: Nee, precies, dat zou vreselijk zijn. Heb je weleens meegemaakt dat een gedicht echt verkeerd viel? Dat de sfeer in de kamer omsloeg?

Els: Hm, ja, helaas wel. Dat was in mijn beginjaren. Ik had een gedicht geschreven voor een man wiens vrouw vond dat hij wel erg veel tijd in de kroeg doorbracht. Ik had dat nogal plastisch beschreven, met veel humor dacht ik. Maar achteraf hoorde ik dat die man die avond heel stil was geworden en dat er na het uitpakken van de cadeautjes een enorme ruzie is ontstaan. Dat was voor mij een harde les. Sindsdien ben ik veel voorzichtiger. Ik zeg nu altijd: de basis van elk plaaggedicht moet liefde zijn. Als de liefde eronder ligt, kan een plaagstootje heel veel hebben.

Femke: Wat herkenbaar. Ik herinner me ook een gedicht dat ik ooit van mijn broer kreeg. Hij schreef over hoe ongeduldig ik kan zijn als we samen reizen. Ik moest er hard om lachen, want het was zo waar. Maar het zorgde er ook voor dat we er daarna even serieus over praatten, op een heel ontspannen manier. Dat had zonder dat gedicht waarschijnlijk nooit gekund.

Els: Precies! Dat is de kracht van het rijm. Het haalt de spanning weg. En weet je wat ook meespeelt? Het feit dat het gedicht hardop wordt voorgelezen. De hele groep luistert mee. Je deelt de kritiek, maar je deelt ook de lach die erop volgt. Dat schept een enorme band. Het is eigenlijk een heel intiem ritueel.

Femke: Ja, want je neemt echt de tijd voor elkaar. Dat is in onze snelle, digitale wereld best wel zeldzaam geworden, vind je niet? We sturen elkaar de hele dag snelle appjes, maar voor een gedicht ga je echt even zitten.

Els: Absoluut. Het schrijven van een goed gedicht kost tijd. Je moet nadenken over de ander: wie is hij, wat heeft hij het afgelopen jaar meegemaakt, waar hebben we samen om gelachen? Zelfs als het rijmschema niet perfect is — en geloof me, de meeste mensen schrijven geen hoogstaande poëzie — voel je de aandacht die erin is gestoken. En die aandacht is eigenlijk het echte cadeau. Het fysieke cadeau dat erbij hoort, is vaak secundair.

Femke: Dat herken ik wel. Soms herinner je je de cadeaus van vijf jaar geleden niet eens meer, maar die ene mooie of grappige dichtregel staat je nog helder voor de geest. Is die dichttraditie eigenlijk typisch Nederlands, of zie je dit ook in andere landen?

Els: Het Sinterklaasgedicht zoals wij dat kennen, met die specifieke plaagcultuur en de surprises — die creatief ingepakte cadeaus — is echt heel uniek voor Nederland en Vlaanderen. In andere landen waar ze cadeautjes geven, zoals met Kerst, zie je dat er hooguit een kort kaartje bij zit met "Liefs van...". Maar dat hele ritueel van uitgebreid dichten en elkaar op een liefdevolle manier belachelijk maken, dat is echt iets van ons. Het past misschien ook wel bij onze poldercultuur: we zijn allemaal gelijk, niemand mag zich te groot voelen, en via een gedicht houden we elkaar met beide benen op de grond.

Femke: [laughs] Ja, inderdaad! "Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg", maar dan in dichtvorm. Als mensen nu zelf aan de slag willen met een gedicht, en ze hebben een beetje last van drempelvrees... Wat is dan jouw gouden tip als professioneel dichter?

Els: Nou, mijn belangrijkste advies is: maak het jezelf niet te moeilijk. Je hoeft echt geen Shakespeare te zijn. Begin met een simpele structuur, bijvoorbeeld het bekende AABB-rijmschema. Dat rijmt lekker makkelijk weg. En gebruik de 'sandwich-methode'.

Femke: De sandwich-methode? Hoe werkt die?

Els: Nou, je begint met iets positiefs of een leuke herinnering. Dat is het eerste sneetje brood. Dan, in het midden, leg je de kritiek of de plaagstoot neer — dat is het beleg. En je sluit af met een warm compliment of een mooie wens voor het nieuwe jaar. Dat is het tweede sneetje brood. Zo blijft de boodschap goed verteerbaar en houd je de sfeer constructief en gezellig.

Femke: Wat een fantastische tip. Die ga ik dit jaar zeker onthouden. Els, we naderen alweer het einde van ons gesprek. Wat zou jij onze luisteraars, die misschien wel Nederlands aan het leren zijn en deze cultuur proberen te begrijpen, willen meegeven over deze traditie?

Els: Ik zou willen zeggen: wees niet bang om mee te doen. Juist als je de taal nog aan het leren bent, is dichten een geweldige en speelse manier om met woorden bezig te zijn. Het hoeft niet perfect te zijn. Het feit dat je de moeite neemt om in het Nederlands te dichten voor iemand, dat is het mooiste compliment dat je diegene kunt geven. Dus pak die pen, durf een beetje te plagen, en geniet van de verbinding die het brengt.

Femke: Wat een ontzettend mooie en warme boodschap om mee af te sluiten. Heel erg bedankt voor je komst en je inspirerende verhalen, Els.

Els: Heel graag gedaan, Femke. En veel succes met dichten dit jaar!

Femke: Dank je wel. En voor de luisteraars thuis: ik hoop dat jullie net zo geïnspireerd zijn geraakt als ik om dit jaar eens echt de tijd te nemen voor een persoonlijk gedicht. Wil je dit gesprek nog eens rustig nalezen? Het volledige transcript staat gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!