Przejdź do treści

VTT oefenen: Belevenissen in het café

VTT oefenen: Belevenissen in het café B1
Ik heb koffie
. (bestellen)

Zamówiłem kawę.

Zij heeft al
. (betalen)

Ona już zapłaciła.

Wij hebben heerlijk
. (eten)

Zjedliśmy pyszne jedzenie.

Hij is net
. (aankomen)

On właśnie przyjechał.

Zij hebben een tafel
. (reserveren)

Zarezerwowali stolik.

De ober heeft de rekening
. (brengen)

Kelner przyniósł rachunek.

Ik heb hier vaak
. (zitten)

Często tu siedziałem.

Mijn vriend heeft deze plek
. (aanraden)

Mój przyjaciel polecił to miejsce.

De chef heeft een speciaal gerecht
. (voorbereiden)

Szef kuchni przygotował specjalne danie.

Wij hebben van de avond
. (genieten)

Cieszyliśmy się wieczorem.