Przejdź do treści

Werkwoorden in de tegenwoordige tijd bij de kapper

Werkwoorden in de tegenwoordige tijd bij de kapper A2
Ik
vandaag een afspraak bij de kapper. (hebben)

Mam dzisiaj wizytę u fryzjera.

De kapper
altijd op tijd. (beginnen)

Fryzjer zawsze zaczyna na czas.

Eerst
zij mijn haar met shampoo. (wassen)

Najpierw myje mi włosy szamponem.

Daarna
ze wat voor kapsel ik wil. (vragen)

Potem pyta, jaką fryzurę chcę.

Ik
haar dat ik de puntjes wil knippen. (vertellen)

Mówię jej, że chcę podciąć końcówki.

Zij
mijn haar heel voorzichtig. (knippen)

Ona bardzo ostrożnie ścina moje włosy.

Na het knippen
ze het droog. (föhnen)

Po strzyżeniu suszy je suszarką.

Mijn haar
nu heel zacht aan. (voelen)

Moje włosy są teraz bardzo miękkie.

Vaak
ik de kapper een kleine fooi. (geven)

Często daję fryzjerowi mały napiwek.

Ik
altijd blij met het resultaat. (zijn)

Zawsze jestem zadowolona z rezultatu.