Przejdź do treści

Eerste Hulp op de Camping

Eerste Hulp op de Camping A2
Vandaag
meneer De Vries zich niet zo goed op de camping. (voelen)

Dziś pan De Vries nie czuje się najlepiej na kempingu.

Zijn vrouw
een thermometer bij de receptie. (halen)

Jego żona przynosi termometr z recepcji.

De receptionist
ook wat paracetamol mee. (geven)

Recepcjonista daje też trochę paracetamolu.

Een kind
tijdens het spelen en heeft een schaafwond. (vallen)

Dziecko upada podczas zabawy i ma otarcie.

Moeder
de wond schoon met water en zeep. (maken)

Matka oczyszcza ranę wodą z mydłem.

Zij
er daarna een pleister op. (plakken)

Następnie nakleja na nią plaster.

De jongen
even. (huilen)

Chłopiec przez chwilę płacze.

De camping
een kleine EHBO-post voor noodgevallen. (hebben)

Kemping ma mały punkt pierwszej pomocy na wypadek nagłych wypadków.

Een medewerker
elke dag de voorraad pleisters en verband. (controleren)

Pracownik codziennie sprawdza zapasy plastrów i bandaży.

Alle gasten
elkaar als dat nodig is. (helpen)

Wszyscy goście pomagają sobie nawzajem, gdy jest to potrzebne.