← Powrót do przeglądu Boodschappen doen in de tegenwoordige tijd A2 Ik Pusto 1 naar de supermarkt. (gaan) Idę do supermarketu.Mijn vriend Pusto 2 daar op mij. (wachten) Mój przyjaciel czeka tam na mnie.Wij Pusto 3 fruit kopen. (willen) Chcemy kupić owoce.Eerst Pusto 4 we naar de groenten. (kijken) Najpierw patrzymy na warzywa.De tomaten Pusto 5 er vers uit. (zien) Pomidory wyglądają na świeże.Een vrouw Pusto 6 om hulp. (vragen) Kobieta prosi o pomoc.De medewerker Pusto 7 haar informatie. (geven) Pracownik udziela jej informacji.Mijn vriend Pusto 8 plots een mooi shirt in de etalage. (zien) Mój przyjaciel nagle widzi ładną koszulę w witrynie sklepowej.We Pusto 9 om eerst naar de kledingwinkel te gaan. (besluiten) Postanawiamy najpierw iść do sklepu odzieżowego.De dag Pusto 10 leuk! (zijn) Dzień jest fajny! Następne ćwiczenie → ← Terug naar overzicht