← Powrót do przeglądu Tegenwoordige tijd A2 Lisa, een zorgmedewerker, Pusto 1 na haar werk naar de markt. (gaan) Ze Pusto 2 daar verse groenten voor haar avondeten. (kopen) Haar collega Jeroen Pusto 3 vandaag nog in het ziekenhuis. (werken) Lisa Pusto 4 aan haar patiënten vanochtend. (denken) Ze Pusto 5 een oudere man helpen met opstaan. (moeten) Nu staat ze Pusto 6 de bakker voor brood. De bakker Pusto 7 hoe haar dag was. (vragen) Lisa vertelt dat het druk Pusto 8 op haar afdeling. (zijn) Ze Pusto 9 ook medicijnen uitgedeeld. (hebben) Morgenochtend Pusto 10 haar dienst weer vroeg. (beginnen) Następne ćwiczenie → ← Terug naar overzicht