Klein wonen, groot leven: Mariska over haar tiny house
Acompanhe a leitura (transcrição)
Ruben: Waarom kopen we eigenlijk huizen met drie slaapkamers als we er meestal maar in één slapen? Hebben we al die ruimte echt nodig om gelukkig te zijn? Welkom bij TalkDutch. Vandaag praat ik met Mariska. Zij is vierendertig jaar en maakte drie jaar geleden een grote stap. Ze verkocht bijna al haar spullen en verhuisde naar een houten huisje van vierentwintig vierkante meter. Een tiny house. Mariska, welkom.
Mariska: Dank je wel, Ruben. Leuk om hier te zijn.
Ruben: Vierentwintig vierkante meter. Dat is ongeveer de grootte van een gemiddelde studentenkamer. Hoe is het om daar als volwassene in te wonen?
Mariska: Nou… in het begin was het natuurlijk wel even wennen. [laughs] Je kunt niet zomaar alles laten slingeren. Als ik één kopje op het aanrecht laat staan, ziet het hele huis er meteen rommelig uit. Maar nu, na drie jaar, voelt het echt als een paleisje. Het geeft me vooral heel veel rust.
Ruben: Rust. Leg dat eens uit? Want de meeste mensen willen juist groter wonen als ze ouder worden.
Mariska: Klopt, dat dacht ik vroeger ook. Ik had een prima appartement in Utrecht. Maar ik werkte vijftig uur per week, vooral om de hoge huur te betalen. En in het weekend kocht ik dan weer spullen om mezelf te belonen. Een vicieuze cirkel, eigenlijk. Op een dag dacht ik: waar doe ik dit voor? Ik wilde minder werken en meer buiten zijn. Door kleiner te wonen, zijn mijn vaste lasten nu heel laag. Ik hoef veel minder te werken voor mijn geld. Dat is de rust die ik bedoel.
Ruben: Dus eigenlijk ruilde je vierkante meters in voor vrije tijd?
Mariska: Ja, precies! Dat is de perfecte samenvatting. Ik werk nu nog maar drie dagen in de week als grafisch ontwerper. De andere dagen ben ik buiten bezig, of ik lees een boek. Die tijd is me zoveel meer waard dan een extra kamer waar ik toch bijna nooit kwam.
Ruben: Maar hoe doe je dat dan praktisch? Ik bedoel, waar laat je je spullen? Ik heb zelf bijvoorbeeld een hele kast vol boeken en kleding die ik bijna nooit draag, maar die ik ook niet weg wil doen.
Mariska: Dat herken ik heel erg. Het begint allemaal met 'ontspullen'. Dat is een mooi woord voor het kritisch opruimen van je bezittingen. Ik heb echt elke doos drie keer in mijn handen gehad. Ik vroeg myself steeds af: maakt dit voorwerp mijn leven echt beter? Of bewaar ik het alleen uit gewoonte? Uiteindelijk heb ik tachtig procent van mijn spullen weggegeven of verkocht. Dat deed in het begin wel een beetje pijn, hoor. Vooral boeken met herinneringen. Maar toen ze eenmaal weg waren, voelde ik me kilo's lichter.
Ruben: Oké, dus minder spullen. Maar hoe zit het met de ruimte zelf? Loop je elkaar niet in de weg als er bezoek is?
Mariska: [laughs] Nou, dat is inderdaad soms een uitdaging. Als mijn ouders komen eten, moeten we heel creatief zijn. Mijn eettafel zit vast aan de muur. Die klap ik alleen uit als we gaan eten. En mijn bank is ook meteen mijn bed en een opbergkist. Alles in een tiny house heeft minimaal twee functies. Dat maakt het ontwerpen ook zo leuk. Je moet echt slim nadenken over elke centimeter. En als het te druk wordt, gaan we gewoon naar buiten. Mijn tuin is nu eigenlijk mijn grootste woonkamer.
Ruben: Hm. Dat klinkt heel romantisch. Maar Nederland is natuurlijk ook het land van de regen en de kou. Hoe is het in de winter? Zit je dan niet heel erg opgesloten?
Mariska: De winter is wel anders, ja. Dan is het binnen heel knus, met een klein kacheltje. Het huis is zo warm, dat duurt maar tien minuten. Maar je merkt het weer buiten wel veel beter. Als het stormt, hoor je de wind hard op het dak. Soms trilt het huisje zelfs een beetje. In het begin vond ik dat doodeng. Ik lag echt wakker te luisteren. Maar nu vind ik het juist gezellig. Je leeft veel meer met de natuur mee.
Ruben: En hoe zit het met de regels in Nederland? Het is hier meestal niet zo makkelijk om zomaar ergens een huisje neer te zetten.
Mariska: Klopt, dat is momenteel de grootste drempel voor veel mensen. De wetten in Nederland zijn streng. Je mag niet zomaar op een stuk land gaan wonen. Gelukkig zijn er steeds meer gemeenten die speciale projecten starten. Ik woon nu op een tijdelijk terrein met tien andere tiny houses. We delen een grote tuin en gereedschap. We hebben een contract voor tien jaar. Daarna moeten we waarschijnlijk weer op zoek naar een nieuwe plek. Dat geeft wel wat onzekerheid, ja. Dat is de schaduwkant van dit leven.
Ruben: Ja, dat kan ik me voorstellen. Je bent dus eigenlijk altijd een beetje op reis, ook al staat je huis stil.
Mariska: Ja, zo voelt het wel een beetje. Maar die flexibiliteit hoort er ook bij. Het dwingt je om in het nu te leven.
Ruben: Mariska, tot slot. Wat is de belangrijkste les die je hebt geleerd van deze overstap? Wat zou je onze luisteraars willen meegeven?
Mariska: Dat je niet meteen je hele huis hoeft te verkopen om dit gevoel te ervaren. Begin klein. Ruim dit weekend eens één lade of één kast op. Gooi weg wat je niet gebruikt, of geef het aan een ander. Je zult merken dat minder spullen echt zorgt voor meer ruimte in je hoofd. Ruimte is niet iets wat je moet kopen, ruimte is iets wat je kunt maken.
Ruben: Prachtig gezegd. Dank je wel voor je inspirerende verhaal, Mariska.
Mariska: Graag gedaan, Ruben!
Ruben: Alles rustig nalezen? Dat kan gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!