De onzichtbare bewakers van onze dijken
Acompanhe a leitura (transcrição)
Ruben: Als je over een Nederlandse dijk wandelt of fietst, sta je er waarschijnlijk niet bij stil dat die hoop aarde en klei constant in de gaten wordt gehouden. Maar wat gebeurt er als een dijk van binnenuit begint te verzwakken zonder dat we het doorhebben?
Ruben: Vandaag praat ik met Ronald, al vijftien jaar dijkinspecteur bij een van de grootste waterschappen van Nederland. Hij kent onze dijken van binnen en van buiten. Welkom, Ronald.
Ronald: Dank je wel, Ruben. Leuk om hier te zijn.
Ruben: Ronald, we nemen droge voeten in Nederland vaak als iets vanzelfsprekends aan. We bouwen huizen onder het zeeniveau en slapen rustig. Maar als dijkinspecteur zie jij waarschijnlijk dingen die wij niet zien. Wat is voor jou nou echt een rode vlag als je op een dijk loopt?
Ronald: [laughs] Nou, de meeste mensen denken bij gevaar aan een enorme storm of een vloedgolf die over de dijk slaat. Maar voor mij zit het gevaar vaak in de hele kleine dingen. Een heel simpel voorbeeld: een mollengang of een hol van een konijn. Of erger nog, van een das. Mensen onderschatten echt wat graafschade kan doen. Als er hoogwater komt, zoekt dat water de weg van de minste weerstand. Zo'n gangetje kan dan heel snel veranderen in een interne tunnel waar het water doorheen stroomt. En voor je het weet, spoelt de dijk van binnenuit weg. Dat noemen we 'piping'. Dus ja, als ik een vers gegraven hol zie op een strategisch punt, dan gaan bij mij de alarmbellen wel rinkelen.
Ruben: Ongelooflijk eigenlijk. Dus de grootste vijand van onze waterveiligheid is soms gewoon een konijn?
Ronald: Nou ja, mede. Het is een optelsom van factoren. Maar inderdaad, biologische schade is een serieus dossier binnen het dijkbeheer. En de laatste jaren hebben we er een nieuwe vijand bij: extreme droogte. Dat klinkt misschien tegenstrijdig voor een land dat strijdt tegen het water, maar onze dijken zijn grotendeels van klei en veen. Als dat te lang kurkdroog blijft, ontstaan er scheuren. Klei krimpt namelijk als het uitdroogt. En die scheuren maken de dijk instabiel. Dus waar we vroeger vooral bang waren voor te veel water, maken we ons nu ook grote zorgen in de zomer als de zon wekenlang brandt.
Ruben: Hm, dat is inderdaad een fascinerende paradox. Te weinig water maakt ons kwetsbaar voor te veel water. Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor jou uit? Loop je dan echt kilometers over die grashellingen te turen?
Ronald: Ja, dat is toch wel de kern van het vak. Het is een heel fysieke baan. Natuurlijk hebben we tegenwoordig satellieten, drones en sensoren in de dijken die de druk meten. Dat helpt enorm. Maar uiteindelijk gaat er niets boven het menselijk oog. Ik loop gemiddeld zo'n tien tot vijftien kilometer per dag. Ik kijk naar de staat van het gras — want een goede, dichte grasmat houdt de klei bij elkaar — en ik zoek naar natte plekken onderaan de dijk, wat kan duiden op kwelwater dat erdoorheen sijpelt. En ik praat veel met boeren en bewoners langs de dijk. Zij zien vaak als eerste als er iets afwijkt.
Ruben: Je noemt dat menselijk oog, en dat vind ik interessant. Want we leven in een tijd waarin we alles willen automatiseren met data. Zou een drone met een infraroodcamera die inspectie niet veel sneller en nauwkeuriger kunnen doen?
Ronald: [sighs] Die discussie voeren we intern natuurlijk ook vaak. En begrijp me niet verkeerd, die technologische hulpmiddelen zijn fantastisch. Met infrarood kunnen we inderdaad temperatuurverschillen zien die duiden op waterstromen. Maar een drone voelt de grond niet onder zijn voeten. Als ik op een dijk loop, voel ik soms dat de grond onder mijn laarzen een beetje 'veert' of zacht is. Dat is een gevoel dat je door jarenlange ervaring ontwikkelt. Dat registreert een camera simpelweg niet. Bovendien mist een drone het sociale aspect. Als ik daar loop, spreek ik die boer die vertelt dat zijn tractor gisteren net iets dieper wegzakte in de berm dan normaal. Dat soort intuïtieve en informele informatie is goud waard. Dus nee, ik geloof niet dat de menselijke dijkinspecteur snel zal verdwijnen.
Ruben: Nee, dat begrijp ik. Het is echt een ambacht, een soort fingerspitzengefühl dat je ontwikkelt. Maar zeg eens eerlijk, Ronald... Maak je je weleens echt zorgen als je daar loopt en je ziet de zeespiegel stijgen en het weer extremer worden? Lig je er weleens wakker van?
Ronald: Wakker liggen is een groot woord. Als ik dat zou doen, kan ik dit werk niet doen. We hebben in Nederland echt de best beveiligde delta ter wereld. Onze normen zijn ontzettend streng. Maar... ik ben me wel heel bewust van de kwetsbaarheid. Er is een soort collectief geloof in Nederland dat we de natuur volledig onder controle hebben. Dat we altijd wel een technische oplossing vinden. Maar de natuur is grillig en de krachten van water zijn gigantisch. Als je ziet hoe snel het water kan stijgen in de grote rivieren, zoals we de laatste jaren hebben gezien, dan dwingt dat wel respect af. We kunnen niet eeuwig de dijken blijven verhogen. Op een gegeven moment moeten we het water ook de ruimte geven. Die omslag in het denken is nu wel gaande, maar het mag van mij soms wel wat sneller.
Ruben: Dus je vindt eigenlijk dat we te arrogant zijn geworden in onze strijd tegen het water?
Ronald: Misschien is 'arrogant' een sterk woord, maar we zijn wel een beetje verwend. We zijn vergeten hoe het is om te leven mét het water, in plaats van ertegen te vechten. Vroeger bouwden mensen hun huizen op terpen. Nu bouwen we complete woonwijken in diepe polders, meters onder het NAP, en vertrouwen we er blindelings op dat de pompen en de dijken hun werk doen. Dat vraagt om een enorme verantwoordelijkheid van onze kant. Als er één schakel faalt, zijn de gevolgen niet te overzien. Dus ja, een beetje meer bescheidenheid ten opzichte van de natuur zou ons wel sieren.
Ruben: Dat zet wel aan het denken. Als je zo intensief met dat landschap bezig bent, ga je er ongetwijfeld anders naar kijken. Wat is voor jou het mooiste moment van je werk?
Ronald: De vroege ochtend. Absoluut. Als ik rond een uur of zes over een dijk loop, de mist hangt nog over het water en de rest van Nederland slaapt nog. Dan voel ik me heel sterk verbonden met dit land. Je ziet de natuur ontwaken, de vogels... En tegelijkertijd weet ik dat ik er op dat moment voor zorg dat al die mensen die daarachter liggen te slapen, dat veilig kunnen blijven doen. Dat geeft me een diep gevoel van voldoening. Het is een heel dankbaar, bijna onzichtbaar beroep. Want als wij ons werk goed doen, merkt de burger er helemaal niets van.
Ruben: Prachtig omschreven. De onzichtbare bewaker van onze veiligheid. Ronald, tot slot van ons gesprek: wat is iets wat je onze luisteraars zou willen meegeven als ze de volgende keer over een dijk wandelen?
Ronald: Ik zou willen zeggen: kijk eens wat bewuster om je heen. Geniet van het uitzicht, maar besef ook dat die dijk onder je voeten leeft. Het is geen statisch ding van beton, het is een levend organisme dat zorg en aandacht nodig heeft. En als je een keer een graafspoor ziet of een rare verzakking... meld het vooral bij je lokale waterschap. We kunnen niet overal tegelijk zijn, en we doen het uiteindelijk samen.
Ruben: Een hele mooie oproep om actiever naar onze eigen omgeving te kijken. Dank je wel voor dit openhartige gesprek, Ronald. En bedankt voor het veilige gevoel dat je ons geeft.
Ronald: Heel graag gedaan, Ruben.
Ruben: En voor de luisteraars thuis: de volgende keer dat je over een dijk fietst, kijk dan eens met andere ogen naar die grasmat. Wil je dit gesprek nog eens rustig nalezen? Het transcript staat gratis op talkdutch punt nl. Tot de volgende keer!