← Terug naar overzicht Luisteren A2 Een moeder schrijft haar zoon in voor zwemles bij de balie van het zwembad. Lees mee (transcript)Medewerker: Goedendag, kan ik u helpen? Sophie: Hallo. Ik wil mijn zoon inschrijven voor zwemles. Medewerker: Dat kan. Hoe oud is uw zoon? Sophie: Hij is zes jaar oud. Medewerker: Prima. We hebben plek op woensdagmiddag om vier uur. Is dat goed? Sophie: Ja, dat is een mooie tijd. Dank u wel. 1. Waarom praat de vrouw met de medewerker? A. Ze wil haar zoon inschrijven voor zwemles. B. Ze zoekt een zwembad in de buurt. C. Ze wil zelf zwemmen. 2. Hoe oud is de zoon van de vrouw? A. Vijf jaar oud. B. Zes jaar oud. C. Zeven jaar oud. 3. Op welke dag kan de zoon zwemmen? A. Op woensdag. B. Op zaterdag. C. Op maandag. 4. Hoe laat begint de zwemles? A. Om drie uur. B. Om vier uur. C. Om vijf uur. 5. Wat vindt de vrouw van de tijd voor de zwemles? A. De tijd is te laat. B. De tijd is te vroeg. C. De tijd is goed. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht