Medewerker: Goedemorgen. Kan ik u helpen?
Meneer: Ja, hallo. Ik wil graag sporten.
Medewerker: Dat kan! Wilt u een pasje kopen?
Meneer: Ja, graag. Wat kost een pasje voor één maand?
Medewerker: Dat kost dertig euro.
Meneer: Prima. Ik betaal met de pin.
Medewerker: Dank u wel. Veel plezier!