Apotheker: Goedemiddag. Kan ik u helpen?
Klant: Ja, hallo. Ik kom medicijnen ophalen voor mijn dochter. Zij is ziek.
Apotheker: Wat is haar geboortedatum?
Klant: Ze is geboren op twaalf mei, tweeduizend twaalf. Haar naam is Sophie.
Apotheker: Ja, ik zie het. Hier zijn de pillen. Ze moet er elke ochtend één nemen. Met water, na het eten.
Klant: Oké, dus één pil per dag, in de ochtend. Dank u wel.
Apotheker: Graag gedaan en beterschap voor uw dochter!