Overslaan en naar de inhoud gaan

Medicijnen ophalen bij de apotheek

Luisteren A2 Een vader haalt bij de apotheek medicijnen op voor zijn zieke dochter en krijgt instructies over het gebruik ervan.

Apotheker: Goedemiddag. Kan ik u helpen?

Klant: Ja, hallo. Ik kom medicijnen ophalen voor mijn dochter. Zij is ziek.

Apotheker: Wat is haar geboortedatum?

Klant: Ze is geboren op twaalf mei, tweeduizend twaalf. Haar naam is Sophie.

Apotheker: Ja, ik zie het. Hier zijn de pillen. Ze moet er elke ochtend één nemen. Met water, na het eten.

Klant: Oké, dus één pil per dag, in de ochtend. Dank u wel.

Apotheker: Graag gedaan en beterschap voor uw dochter!

1. Voor wie haalt de man de medicijnen op?
2. Wanneer is de dochter Sophie geboren?
3. Hoeveel pillen moet het meisje per dag nemen?
4. Hoe moet de dochter de medicijnen innemen?
5. Wat wenst de apotheker de klant aan het einde?