Aller au contenu principal

Tegenwoordige tijd bij de bank

Tegenwoordige tijd B1
Ik
mijn paspoort nodig voor deze transactie. (hebben)

J'ai besoin de mon passeport pour cette transaction.

Wij
morgen terugkomen voor de documenten. (kunnen)

Nous pouvons revenir demain pour les documents.

De klant
zijn rekeningen via internetbankieren. (betalen)

Le client paie ses factures par banque en ligne.