← Back to overview Tegenwoordige tijd B1 Ik Blank 1 mijn paspoort nodig voor deze transactie. (hebben) I need my passport for this transaction.Wij Blank 2 morgen terugkomen voor de documenten. (kunnen) We can come back tomorrow for the documents.De klant Blank 3 zijn rekeningen via internetbankieren. (betalen) The customer pays his bills via online banking. Next exercise → ← Terug naar overzicht